Home / Nieuws / Benzineprijs knelt verpleegkundigen: roep om hogere reiskostenvergoeding

Benzineprijs knelt verpleegkundigen: roep om hogere reiskostenvergoeding

Zorgmedewerkers in Nederland voelen de hogere brandstofprijzen direct in hun portemonnee. Verpleegkundigen en thuiszorgmedewerkers rijden vaak met de eigen auto naar cliënten, ook buiten de spits en buiten de stad. De benzineprijs Nederland is de laatste tijd volatiel en zet werk- en gezinsbudgetten onder druk. Werkgevers en branche kijken daarom naar vergoedingen en slimme mobiliteitsoplossingen.

Benzineprijs Nederland zet zorgwerkers klem

Thuiszorgteams leggen dagelijks veel korte ritten af met hun eigen voertuig. Dat zijn juist kilometers waarbij een motor meer verbruikt door veel stops en koude starts. Daardoor lopen de kosten per dag snel op, zeker voor medewerkers in buitengebieden. Openbaar vervoer is door werktijden en afstanden vaak geen realistisch alternatief.

Veel zorgmedewerkers rijden compacte benzineauto’s of hybrides, zoals een Toyota Yaris Hybrid, Volkswagen Polo of Kia Picanto. Zulke modellen zijn zuinig, maar stadsritten met veel stoppen en optrekken maken elk voertuig dorstiger. Ook parkeren in drukke wijken kost tijd en geld. De optelsom drukt het maandbudget, zeker bij wisselende diensten.

Nederland staat door accijns en btw al jaren hoog in de Europese pompprijslijsten. Over de grens in Duitsland of België is tanken regelmatig goedkoper, maar voor zorgpersoneel is omrijden zelden haalbaar. Voor automobilisten zonder vaste laadplek is switchen naar elektrisch rijden niet altijd direct een optie. Zo stapelen praktische beperkingen en kosten zich op.

Reiskostenvergoeding dekt kilometers niet meer

Werkgevers vergoeden kilometers voor dienstreizen en soms ook woon-werkverkeer. In de zorg lopen regelingen uiteen per cao, zoals de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) en de cao Ziekenhuizen. In de praktijk ervaren veel medewerkers een gat tussen werkelijke autokosten en de vergoeding. Dat geldt zeker bij veel korte ritten en parkeerkosten.

De Belastingdienst staat een onbelaste reiskostenvergoeding toe tot maximaal 0,23 euro per kilometer, op het moment van schrijven. Een hogere vergoeding kan wel, maar daarover betaalt de werknemer loonbelasting. Dit fiscale plafond beperkt de ruimte voor werkgevers om netto extra te compenseren. Daardoor blijft een deel van de kosten bij de bestuurder hangen.

Reiskostenvergoeding: een (deels) onbelaste kilometervergoeding voor woon-werk en/of dienstreizen; de Belastingdienst stelt daarvoor een maximumbedrag per kilometer vast.

Wie veel wijkzorg doet, tikt al snel honderden kilometers per maand aan. Parkeren in vergunninggebieden en betaald parkeren komen daar geregeld bij. Ook de administratieve last van kilometerregistratie weegt mee. Het geheel zorgt voor financiële druk én extra rompslomp naast het zorgwerk.

Benzineprijs en dieselprijs stijgen door factoren

De pompprijs volgt grofweg de wereldolieprijs en de dollarkoers. Besluiten van OPEC+ over productie en geopolitieke onrust spelen hier direct in mee. Gaat de dollar omhoog, dan wordt ruwe olie voor Europa duurder. Dat werkt uiteindelijk door in benzine- en dieselprijzen.

Daarnaast tellen Nederlandse accijnzen en btw per liter zwaar mee. Accijns is een vaste belasting per liter brandstof, boven op de product- en distributiekosten. Indexaties en beleidswijzigingen kunnen de pompprijs extra opstuwen. Regionale concurrentie en logistiek veroorzaken vervolgens prijsverschillen tussen stations.

Ook seizoensfactoren werken door, zoals onderhoud aan raffinaderijen en wisselende vraag naar diesel in de logistiek. E10 en E5 (benzine met verschillende ethanolpercentages) kennen eigen prijspatronen. Voor diesel (B7) is de invloed van vrachtverkeer groter. In grensregio’s vallen verschillen met Duitsland en België extra op.

Zorg kiest vaker voor poolauto of deelauto

Steeds meer zorgorganisaties kijken naar poolauto’s en deelauto’s om kosten te beheersen. Met een centrale vloot zijn beschikbaarheid en kilometerkostprijs beter te sturen. Hybride modellen, zoals Toyota Yaris Hybrid of Kia Niro Hybrid, beperken verbruik op stadsritten. Waar laadplekken beschikbaar zijn, zetten organisaties ook elektrische poolauto’s in, zoals een Opel Corsa Electric of Renault Zoe.

Een mobiliteitsbudget biedt flexibiliteit tussen auto, ov en fiets. Medewerkers kunnen zo per dienst het handigste vervoermiddel kiezen. Voor late of vroege diensten blijft de auto vaak noodzakelijk, maar voor dagdiensten kan ov of e-bike passen. Een aparte fietsvergoeding helpt korte ritten uit de auto te halen.

Met tankpassen en laadpassen houden werkgevers grip op verbruik en kosten. Data uit rit- en routeplanning voorkomt omrijden en onnodige stops. Training in zuinig rijden kan bovendien het verbruik verlagen, zonder tempoverlies. Zo ontstaat een mix van praktische maatregelen die direct effect hebben.

Brandstofprijs drukt leasebudget in zorg

Ook leasecontracten in de zorg komen onder druk bij hogere benzine- en dieselprijzen. Brandstofbudgetten worden sneller aangesproken, vooral bij veel korte stadsritten. Werkgevers passen daarom kilometerbundels of -tarieven aan. Soms verschuift een deel van het wagenpark naar zuiniger segmenten.

Voor automobilisten buiten de lease geldt dat de totale autokosten stijgen. Denk aan brandstof, parkeren en onderhoud bij intensief gebruik. Elektrisch rijden kan per kilometer voordeliger zijn als thuis of op het werk geladen wordt, maar dat hangt af van het stroomtarief en laadmogelijkheden. Zonder laadplek blijft een zuinige benzine- of hybride auto voor velen de praktische keuze.

De verwachting is dat prijzen volatiel blijven door geopolitiek en beleid. Dat maakt voorspelbare kosten voor zorgorganisaties en medewerkers lastig. Heldere vergoedingsregels en passende mobiliteitsopties zijn daarom cruciaal. Zo blijft zorg aan huis bereikbaar, zonder dat de auto de werkdag domineert.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *