Werkgeversorganisaties willen de reiskostenvergoeding verhogen naar 29 cent per kilometer in Nederland. Zij doen dit pleidooi nu, omdat mobiliteitskosten blijven stijgen en niet iedereen kan thuiswerken. Het voorstel raakt forenzen met auto, motor en fiets, en speelt ook mee in keuzes rond mobiliteitsbudgetten. De politiek moet besluiten of en wanneer de verhoging doorgaat.
Reiskostenvergoeding naar 29 cent gevraagd
Ondernemersclubs vragen het kabinet om het belastingvrije maximum te verhogen van 23 naar 29 cent per kilometer. De stap moet ruimte geven om werknemers eerlijker te compenseren voor woon-werkverkeer. Veel werkgevers volgen het fiscale maximum, omdat elke cent daarboven loonkosten verhoogt. Een hoger plafond maakt een ruimere vergoeding dus praktisch haalbaar.
Voor een forens met 40 kilometer retour per dag scheelt 6 cent extra per kilometer 2,40 euro per werkdag. Bij 20 werkdagen is dat 48 euro per maand netto, omdat het om een onbelaste vergoeding gaat. Voor wie verder rijdt, loopt het voordeel op. De maatregel is daarmee vooral merkbaar voor automobilisten buiten de grote steden.
De discussie speelt op een moment dat benzineprijs, onderhoud en verzekeringen eerder zijn gestegen. Ook parkeertarieven drukken zwaarder in veel gemeenten. Werkgevers willen met 29 cent de kloof dichten tussen werkelijke kilometerkosten en de huidige vergoeding. Het voorstel is gericht op alle vormen van woon-werkverkeer met een eigen voertuig.
Hoger plafond beschermt koopkracht forensen
De kern van het pleidooi is koopkracht van forenzen. Wie afhankelijk is van de auto, kan zijn kosten niet eenvoudig omlaag brengen. Niet elk beroep of elke regio biedt een goed openbaarvervoer-alternatief. Een hogere vergoeding beperkt dan de druk op het netto-inkomen.
Werkgevers noemen daarnaast concurrentie op de arbeidsmarkt als reden. Een royale kilometervergoeding helpt bij werving en behoud van personeel. Zonder verhoging betalen bedrijven een hogere vergoeding uit loon, wat duurder is en administratief zwaarder. Een fiscaal hoger plafond verlaagt die drempel.
De verhoging raakt verschillende sectoren verschillend. In logistiek, zorg en techniek is thuiswerken vaak geen optie. In dienstenberoepen met hybride werken is de impact kleiner, maar nog steeds relevant voor kantoordagen. Regionale bedrijven met veel rijdende medewerkers merken het meest van de maatregel.
Impact voor automobilist en werkgever
Voor werknemers betekent 29 cent per kilometer meer ruimte om dagelijkse autokosten te dekken. De vergoeding geldt ook voor motor- en fietskilometers, als een werkgever dat zo regelt. Werknemers houden netto meer over, zonder gevolgen voor toeslagen of belastbaar loon. Daarmee is het een eenvoudig en zichtbaar voordeel op de loonstrook.
Voor werkgevers stijgen de uitgaven als zij meegaan met het nieuwe maximum. Een rekenvoorbeeld: 50 medewerkers, 40 kilometer retour, 20 werkdagen en 6 cent extra per kilometer leidt tot ongeveer 2.400 euro per maand extra. Bedrijven wegen die kosten af tegen minder verzuim, betere werving en hogere tevredenheid. Administratief verandert er weinig als de Belastingdienst het maximum aanpast.
Autobezitters met een zakelijke leaseauto merken dit minder, omdat woon-werkverkeer dan meestal niet per kilometer wordt vergoed. Zij betalen bijtelling voor privégebruik; bijtelling is de belasting over het privégebruik van een zakelijke auto. Medewerkers zonder leaseauto profiteren juist direct van een hoger onbelast kilometerbedrag.
Fiscale regels woon-werkverkeer uitgelegd
Op het moment van schrijven is de belastingvrije reiskostenvergoeding maximaal 23 cent per kilometer. Dit plafond geldt voor woon-werkverkeer met een eigen voertuig, zoals auto, motor of fiets. Voor openbaar vervoer mogen werkgevers ook de werkelijke OV-kosten onbelast vergoeden. De werkkostenregeling (WKR) bepaalt wat werkgevers onbelast mogen vergoeden.
Een verhoging naar 29 cent vraagt aanpassing van de Wet op de loonbelasting 1964 of een besluit in het jaarlijkse Belastingplan. Pas na zo’n wetswijziging kan de Belastingdienst het nieuwe maximum hanteren. Werkgevers passen dan hun salarisadministratie en mobiliteitsregelingen aan. Zonder aanpassing blijft alles boven 23 cent belast.
Op het moment van schrijven is de onbelaste reiskostenvergoeding 23 cent per kilometer. Het voorstel is om dit te verhogen naar 29 cent.
Ook zelfstandigen zijn gebonden aan fiscale kilometerbedragen als zij hun privéauto zakelijk gebruiken. Zij trekken per kilometer een vast bedrag af als kostenpost in de inkomstenbelasting. De exacte tarieven en voorwaarden worden door de wet bepaald en kunnen per jaar wijzigen. Check daarom altijd de actuele cijfers van de Belastingdienst.
Politiek bepaalt tempo en invoering
Het kabinet en de Tweede Kamer beslissen of de verhoging er komt. In de regel gaan fiscale wijzigingen in per 1 januari, na behandeling van het Belastingplan op Prinsjesdag. Sneller ingrijpen tussentijds is mogelijk, maar zeldzaam en administratief zwaarder. De Eerste Kamer moet uiteindelijk ook instemmen.
Het Ministerie van Financiën weegt budgettaire effecten en uitvoerbaarheid bij de Belastingdienst. Hogere vergoedingen kosten de schatkist geld door minder loonbelasting en premies. Daar staat tegenover dat werkgevers mogelijk minder druk voelen om salarissen te verhogen. De uiteindelijke balans is een politieke keuze.
Europese regels spelen hierin nauwelijks een rol, omdat loonbelasting een nationale bevoegdheid is. Wel kijkt de politiek naar mobiliteitsdoelen, zoals minder files en schonere lucht. Een passende vergoeding kan samen gaan met beleid voor openbaar vervoer, fietsen en deelmobiliteit. Daarmee blijft het onderwerp breder dan alleen een tarief.
Leasemarkt en mobiliteitsbudgetten in beeld
Een hoger onbelast kilometerbedrag kan de keuze tussen leaseauto en mobiliteitsbudget beïnvloeden. Werknemers zonder lease krijgen een sterker alternatief, zeker bij korte tot middellange afstanden. Werkgevers kunnen mobiliteitsbudgetten zo inrichten dat auto, OV, deelauto of fiets uitwisselbaar zijn. Dat maakt beleid flexibeler en vaak ook duurzamer.
Voor de leasemarkt verandert er weinig direct, maar de totale kostenvergelijking wel. Als meer medewerkers eigen vervoer blijven rijden met een hogere vergoeding, kan de vraag naar kleinere of minder leaseauto’s verschuiven. Brancheorganisaties als BOVAG en RAI Vereniging volgen dit debat, omdat keuzes van werkgevers doorwerken in de vlootsamenstelling. Dat raakt uiteindelijk ook dealers, leasemaatschappijen en de tweedehandsmarkt.
Voor de dagelijkse automobilist telt vooral duidelijkheid. Zolang de wet niet is aangepast, blijft 23 cent het maximum. Krijgt het voorstel steun, dan komt er meer lucht in het maandbudget van forenzen. Werkgevers en werknemers kunnen zich daar tijdig op voorbereiden.









