Autofabrikanten en brandstofleveranciers werken versneld aan synthetische brandstof in Europa. Doel is minder CO₂-uitstoot en behoud van verbrandingsmotoren na 2035, binnen de Europese CO₂-normen impact autofabrikanten. Pilots draaien in Chili, Duitsland en Noorwegen en kenniscentra zitten in Nederland. De FIA-motorreglement 2026 gevolgen teams zijn groot, omdat Formule 1 dan overstapt op 100% duurzame brandstof.
Wat e-fuel is
Synthetische brandstof, vaak e-fuel genoemd, is benzine, diesel of kerosine die wordt gemaakt van groene waterstof en afgevangen CO₂. Groene waterstof is waterstof die ontstaat met stroom uit wind en zon. Het eindproduct kan in principe in bestaande motoren en tanksystemen. Dat heet “drop-in”, dus zonder aanpassingen aan de auto.
De CO₂-balans is alleen gunstig als de gebruikte CO₂ elders uit lucht of rookgas is gehaald. Aan de uitlaat komt nog steeds CO₂ vrij, maar die is eerder vastgelegd. In Europese regels valt e-fuel onder RFNBO: hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong. Dat maakt bijmenging en certificering mogelijk in de EU.
Fabrikanten als Porsche investeren in e-fuel om de bestaande vloot en sportmodellen te blijven bedienen. In tests rijdt onder meer de Porsche 911 op mengsels van synthetische benzine. Ook leveranciers als Shell, Aramco en TotalEnergies ontwikkelen componenten en additieven. Het volume is nog klein en de literprijs hoog.
Van stroom naar waterstof
De productie start met elektrolyse: water wordt met groene stroom gesplitst in waterstof en zuurstof. Een elektrolyser zet elektriciteit om met verliezen; het rendement ligt vaak rond 60 tot 70 procent. Daarom is goedkope en schone stroom cruciaal. Locaties met veel wind of zon zijn het meest geschikt.
De waterstof wordt bij voorkeur direct ter plekke gebruikt in de volgende chemische stap. Opslag en transport kosten extra energie. Europa zet tegelijk een waterstofnet op, ook in Nederland met projecten in Rotterdam en de Eemshaven. Dat moet aanvoer en industrie verduurzamen.
Bedrijven kiezen soms voor productie buiten Europa, waar de wind harder en constanter waait. In Patagonië draait een pilot waarin waterstof wordt omgezet in e-methanol. Dat is vloeibaar en makkelijker te verschepen dan waterstofgas. Daarna kan het in Europa worden opgewerkt tot e-benzine of e-diesel.
CO₂ vastleggen en binden
Voor e-fuel is ook CO₂ nodig. Die kan komen uit direct air capture, een techniek die CO₂ uit omgevingslucht haalt met filters. Dat is nu nog duur en schaars. Een alternatief is CO₂ uit biogene bronnen of schoorsteenrook van industrie.
De waterstof en CO₂ worden samengebracht tot een synthesegas of direct tot methanol. Dat gebeurt met katalysatoren in een reactor bij warmte en druk. De chemie is bekend, maar opschalen vraagt stabiele aanvoer en veel energie. Elke stap moet gecertificeerd worden om als “duurzaam” te tellen in de EU.
Uitstoot aan de uitlaat blijft een aandachtspunt. E-fuels kunnen schoner verbranden dan fossiele brandstof door hun zuiverheid. Toch blijven NOx en fijnstof aanwezig, zeker bij koude start. Moderne nabehandeling blijft nodig om aan Euro 6 en op het moment van schrijven de aankomende Euro 7 te voldoen.
Synthetiseren tot brandstof
Er zijn twee hoofdwegen naar vloeibare brandstof. De methanol-to-gasoline-route maakt e-benzine van e-methanol via een katalytisch proces. De Fischer-Tropsch-route zet synthesegas om naar e-diesel of e-kerosine. Beide eindproducten worden geraffineerd en gemengd tot brandstof die aan EN 228 (benzine) of EN 590 (diesel) voldoet.
“Drop-in” betekent dat de brandstof compatibel is met bestaande motoren en infrastructuur. Dat is belangrijk voor de miljoenen auto’s die nu rijden in de EU. Tests bij autofabrikanten en leveranciers richten zich op koude start, emissies en materiaalcompatibiliteit. Ook de stabiliteit in opslag en bij lage temperaturen telt mee.
Elke omzetting kost energie, van stroom naar waterstof tot en met raffinage. Daardoor is de well-to-wheel-efficiëntie laag. Well-to-wheel is de totale keten van energiebron tot wiel. Die keten is bij e-fuels vaak 10 tot 20 procent efficiënt, terwijl een EV op 60 tot 80 procent uitkomt.
Van elke 100 kWh groene stroom komt bij e-benzine grofweg 10–20 kWh aan de wielen; bij een EV is dat 60–80 kWh.
Kosten en schaal knellen
De literprijs van e-fuel ligt op het moment van schrijven ruwweg tussen 3 en 10 euro, vaak exclusief accijns en btw. Dat komt door kleine volumes, dure CO₂-captatie en hoge energiekosten. Pilots draaien bij HIF Global in Chili en Norsk e-Fuel in Noorwegen. Europese spelers als Sunfire leveren elektrolysers voor opschaling.
Groei vraagt veel goedkope hernieuwbare stroom en kapitaal voor grote fabrieken. RED III, de Europese hernieuwbare-energierichtlijn, legt quota op voor geavanceerde brandstoffen en e-fuels in vervoer. Dat kan vraag creëren en kosten drukken. Luchtvaartmandaten (ReFuelEU Aviation) geven extra impuls, met deelquota voor e-kerosine.
Voor Nederlandse automobilisten blijft beschikbaarheid aan de pomp beperkt. Accijns en brandstofkwaliteitseisen blijven gelden zoals bij fossiele brandstof. Voor nieuwe auto’s verandert de bpm niet, omdat die is gebaseerd op uitlaatemissie tijdens typekeuring. Levenscyclusvoordelen van e-fuels tellen daar niet in mee.
Regels en autosport 2026
De EU houdt vanaf 2035 in principe op met nieuwe auto’s op fossiele brandstof. Motoren die uitsluitend op klimaatneutrale e-fuels kunnen rijden, mogen dan nog wel. Brussel werkt aan eisen voor “e-fuel-only”-techniek, zoals blokkering voor fossiele tankbeurten en monitoring. Dat moet misbruik voorkomen.
Euro 7 scherpt op het moment van schrijven de limieten voor schadelijke stoffen aan en controleert emissies langer in de praktijk. Dat geldt ook voor motoren op e-fuels. Fabrikanten moeten dus blijven investeren in nabehandeling en diagnose. Het CO₂-vlootdoel blijft via aparte regelgeving lopen.
De FIA introduceert in 2026 100% duurzame brandstof in de Formule 1 onder het FIA-motorreglement 2026 gevolgen teams. Leveranciers ontwikkelen een drop-in brandstof die met nieuwe hybride krachtbronnen werkt. Ook het WRC rijdt sinds 2022 op 100% duurzame brandstof. Motorsport kan zo testbed en etalage zijn voor de weg.
Nederland blijft ondertussen sturen op emissievrije mobiliteit met EV-stimuli en laadinfrastructuur. E-fuels kunnen een aanvulling worden voor de bestaande vloot en niches met lange levensduur. Denk aan youngtimers, sportauto’s en zwaar vervoer waar elektrificatie lastig is. Het succes hangt af van schaal, prijs en duidelijke EU-regels.









