Home / Nieuws / Stellantis snijdt merken weg en werkt met China aan goedkope EV’s

Stellantis snijdt merken weg en werkt met China aan goedkope EV’s

Stellantis herschikt zijn merken en modellen in Europa. Het concern zet tegelijk een grote stap richting goedkope elektrische auto’s in Nederland via een samenwerking met het Chinese Leapmotor. De veranderingen lopen in 2024 tot en met 2026 en raken zowel showrooms als leaserijders. Aanleiding is stevige concurrentie en strengere Europese CO2-regels.

Stellantis schrapt modellen in Europa

De autofabrikant achter Peugeot, Opel, Fiat, Citroën en Jeep snoeit in minder winstgevende modellen. Dat moet geld en capaciteit vrijmaken voor elektrische platforms als STLA Small en STLA Medium. Voor consumenten betekent dit minder nichemodellen, maar snellere doorontwikkeling van kernproducten.

Een reeks compacte stadsauto’s verdween al eerder uit het aanbod, en middenklassers zoals de Opel Insignia keren niet terug. Productie wordt ook bijgestuurd waar de vraag tegenvalt, zoals rond de Fiat 500e. De focus verschuift naar modellen met volume en marge, vaak in de populaire SUV- en crossover-klasse.

Voor Nederlandse dealers levert dit een overzichtelijker gamma op. Onderdelenvoorziening en service voor bestaande wagens blijven in principe geborgd binnen het netwerk. Voor kopers wordt het keuzeaanbod simpeler, met eerder vernieuwde hoofdmodellen en duidelijkere prijslijnen.

Betaalbare elektrische auto komt traag

Stellantis liep achter bij het snel brengen van een echt goedkope elektrische auto. Modellen als de Dacia Spring en diverse Chinese merken pakten die koppositie. Dat zet druk op prijs én op het tempo waarin Stellantis nieuwe instappers lanceert.

Met de Citroën ë-C3 zet het bedrijf nu een inhaalslag; de startprijs ligt ruim onder 25.000 euro op het moment van schrijven. Ook de Opel Frontera Electric en een betaalbare elektrische Fiat (opvolger in het B-segment) staan in de planning. De actieradius, het maximale aantal kilometers op één acculading, blijft daarbij een belangrijk vergelijkingspunt voor kopers.

Voor zakelijke rijders weegt de fiscus mee. De bijtelling voor elektrische auto’s, de loonbelasting over privégebruik van een leaseauto, stijgt in 2026 naar 22 procent op het moment van schrijven. Daarmee wordt de totaalkost (aanschaf, stroom, onderhoud en restwaarde) belangrijker dan ooit.

Stellantis start verkoop Leapmotor EV’s

Om sneller betaalbare EV’s te bieden, richtte Stellantis met Leapmotor het gezamenlijke bedrijf Leapmotor International op. De uitrol start in Europa, met Nederland op de lanceringslijst. De compacte Leapmotor T03 en de middelgrote C10 komen daarbij als eerste naar de showroom, verkocht en geserviced via het Stellantis-netwerk.

De T03 mikt op stedelijke rijders die lage kosten en eenvoudige laadbehoefte zoeken. De C10 bedient gezinnen met meer ruimte en langere ritten. Voor beide modellen geldt dat software-updates en aftersales in Europa cruciaal worden voor vertrouwen en restwaarde.

De Europese Unie legt op het moment van schrijven extra invoerheffingen op Chinese elektrische auto’s op, met verschillen per fabrikant. Assemblage in Europa kan op termijn een optie zijn om beleid en levertijden te dempen, maar daarover zijn nog geen definitieve besluiten. Voor Nederlandse kopers draait het vooral om beschikbaarheid, service en totale gebruikskosten.

Stellantis investeerde 1,5 miljard euro in Leapmotor en bezit via de joint venture de internationale verkooprechten buiten China.

EU-normen versnellen elektrificatie Stellantis

De EU-verscherping van CO2-doelen richting 2025 en 2030 dwingt fabrikanten tot meer elektrische verkopen. CO2-uitstoot is de hoeveelheid koolstofdioxide die een auto tijdens het rijden uitstoot; elektrische auto’s hebben lokaal geen uitstoot. Daar bovenop komt het verbod op de verkoop van nieuwe personenauto’s met verbrandingsmotor per 2035.

Stellantis heeft in Europa de ambitie om tegen 2030 volledig elektrisch te verkopen. Dat moet gebeuren met meerdere STLA-platforms, gedeelde componenten en schaalvoordeel over alle merken heen. Die lijn sluit aan op de verdere groei van laadinfrastructuur in Nederland en de wens naar lagere gebruikskosten.

Sneller en goedkoper elektrificeren is dus niet alleen strategisch, maar ook noodzakelijk om aan wetgeving te voldoen. Voor Nederland betekent dit dat het aanbod aan elektrische wagens in de volume­klassen zal groeien. Daarmee kan de overstap voor veelrijders en gezinnen haalbaarder worden.

Gevolgen voor Nederlandse automobilist

Autokopers krijgen de komende jaren meer keuze in lagere prijsklassen, met de Citroën ë-C3, Opel Frontera Electric en Leapmotor T03 als zichtbare nieuwkomers. De beschikbaarheid van voorraad en een fijnmazig servicenetwerk worden doorslaggevend. Dat kan het vertrouwen in goedkopere EV’s vergroten.

Voor particulieren kan een aanschafsubsidie helpen, mits het jaarbudget openstaat. Die subsidie verlaagt de aanschafprijs van een nieuwe of gebruikte elektrische wagen op het moment van schrijven. Laadkosten blijven relatief laag vergeleken met benzine, zeker bij slim laden thuis of op het werk.

Leaserijders merken dat fiscale voordelen afnemen, waardoor total cost of ownership centraal staat. Restwaarde, onderhoud en software-ondersteuning worden hierbij belangrijk. De opkomst van Chinese modellen via Stellantis kan de prijzen drukken, maar zal zich eerst moeten bewijzen in kwaliteit, service en waardevastheid.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *