Home / Nieuws / Overheid verdient niet extra aan benzine: accijns per liter onveranderd

Overheid verdient niet extra aan benzine: accijns per liter onveranderd

De benzineprijs in Nederland loopt opnieuw op en dat raakt elke automobilist. Veel lezers vragen of de overheid nu extra verdient aan de pomp. Het korte antwoord: de btw-opbrengst stijgt mee met de prijs, maar de accijns per liter blijft gelijk. Dat heeft gevolgen voor wat u betaalt en wat de schatkist ontvangt.

Benzineprijs hoger, btw-opbrengst stijgt mee

De btw op brandstof is een percentage van de totale pompprijs. Btw is een omzetbelasting; op het moment van schrijven is het tarief 21 procent. Stijgt de prijs aan de pomp, dan stijgt de btw-opbrengst automatisch mee. De staat ontvangt dus meer btw per liter als de benzineprijs of dieselprijs omhooggaat.

Let op: btw wordt berekend over de hele pompprijs, inclusief accijns. Dat heet ‘belasting op belasting’, en dat voelt oneerlijk voor veel automobilisten. Juridisch is dit vastgelegd in de Wet op de omzetbelasting. Het systeem is al jaren hetzelfde in Nederland en veel andere EU-landen.

Wie rekent, ziet het effect in centen. Gaat de pompprijs met 10 cent per liter omhoog, dan is circa 1,7 cent daarvan extra btw. De verhouding is 21/121 van de pompprijs, omdat het btw-tarief in de totaalprijs zit verwerkt.

Over brandstof betaal je btw over de hele pompprijs, dus ook over de accijns.

Accijns brandstof blijft vast bedrag

Accijns is een verbruiksbelasting per liter. Anders dan btw is accijns geen percentage van de prijs. Het is een vast bedrag per liter benzine, diesel of LPG, vastgelegd in de Wet op de accijns. Een hogere marktprijs verandert dat bedrag niet.

De tarieven worden normaal gesproken jaarlijks geïndexeerd door het Ministerie van Financiën. Indexeren betekent dat het bedrag wordt aangepast aan inflatie. Soms besluit de politiek tussentijds tot verlaging of verhoging, zoals tijdens de energiecrisis. Buiten zulke besluiten blijft de accijns per liter gelijk, ook als de olieprijs schommelt.

De Belastingdienst int de accijns bij producenten en importeurs, niet bij de pomp. Voor de automobilist is het bedrag wel zichtbaar in de literprijs. Maar een prijsstijging door duurdere olie verhoogt de accijnsopbrengst per liter niet.

Minder liters, minder belastingopbrengst

Hogere brandstofprijzen kunnen leiden tot minder verbruik. Bestuurders rijden zuiniger, kiezen vaker voor het openbaar vervoer of stellen ritten uit. Ook stappen meer mensen over op een elektrische auto of hybride voertuig. Al deze keuzes drukken het aantal getankte liters.

Daardoor kan de totale opbrengst uit accijns dalen, ondanks hogere prijzen aan de pomp. De staat ontvangt dan wel meer btw per liter, maar op minder liters in totaal. Per saldo kan de schatkist dus zelfs minder binnenkrijgen als het verbruik sterk afneemt.

Brancheorganisaties als BOVAG en RAI Vereniging zien al jaren een dalende trend in traditionele brandstofverkoop. Tegelijk groeit het aandeel elektrische wagens in het Nederlandse wagenpark. Die verschuiving maakt de belastingopbrengsten uit fossiele brandstoffen minder voorspelbaar.

Oorzaken schommelende brandstofprijzen Nederland

De pompprijs volgt vooral de internationale olieprijs, de dollarkoers en raffinagekosten. Olie wordt in dollars verhandeld; een zwakke euro maakt import duurder. Ook onderhoud aan raffinaderijen en transport spelen mee. Concurrentie tussen pompen bepaalt tot slot de lokale prijs aan de snelweg of in de wijk.

Geopolitieke spanningen of productieafspraken van OPEC+ kunnen de olieprijs snel laten bewegen. Als de markt krap is, lopen groothandelsprijzen op en volgt de pompprijs. Bij ruime voorraden en minder vraag gebeurt het omgekeerde. Dit alles staat los van het vaste accijnsbedrag per liter.

Seizoenseffecten tellen mee, zoals de omschakeling naar zomer- of winterbenzine. Ook kalibreren leveranciers hun marges op basis van vraag en aanbod. Voor Nederlandse automobilisten betekent dit dat de benzineprijs en dieselprijs soms per week veranderen, terwijl de belastingstructuur hetzelfde blijft.

Nederlandse accijns hoger dan EU-gemiddelde

Nederland kent relatief hoge brandstofbelastingen in Europees perspectief. De EU stelt minimumtarieven vast via de Energy Taxation Directive. Lidstaten mogen daarboven eigen keuzes maken. Nederland zit doorgaans ruim boven het Europese minimum.

Verschillen met buurlanden blijven daardoor bestaan. Dat verklaart waarom tanken net over de grens soms goedkoper is. Regeringen stemmen accijns af op inkomsten, klimaatdoelen en mobiliteitsbeleid. Een directe Europese harmonisatie is er niet.

Voor automobilisten en logistieke bedrijven in grensregio’s kan dat prijsverschillen opleveren. Tanktoerisme is dan aantrekkelijk, zeker bij grote prijsverschillen. De overheid weegt bij tariefkeuzes ook deze effecten mee.

Gevolgen voor automobilist en leaserijder

Voor consumenten betekent een prijsstijging direct hogere kosten per kilometer. Wie zuiniger rijdt of ritten bundelt, voelt dat meteen in de portemonnee. Zakelijke rijders met een brandstofpas merken het in de maandelijkse afrekening. De bijtelling verandert hierdoor niet, want die gaat over de cataloguswaarde van de auto en niet over brandstofkosten.

Werkgevers en werknemers kunnen afspraken maken over reiskostenvergoeding. Die dekt niet altijd de volledige pompprijs, zeker bij sterke prijsstijgingen. Voor leaserijders kunnen mobiliteitsbudgetten of laadmogelijkheden het verschil maken. Elektrisch rijden verplaatst kosten naar laden, maar vraagt wel om een laadpunt en planning.

Samengevat: de overheid ontvangt meer btw als de pompprijs stijgt, maar niet meer accijns per liter. Daalt het aantal getankte liters, dan kan de totale opbrengst zelfs teruglopen. Voor de Nederlandse automobilist blijft de brandstofprijs vooral een optelsom van marktontwikkeling, btw en vaste accijns.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *