Home / Nieuws / NU’91: zorgpersoneel werkt minder door stijgende brandstofprijzen

NU’91: zorgpersoneel werkt minder door stijgende brandstofprijzen

Zorgmedewerkers in Nederland slaan diensten over door hoge brandstofprijzen. Beroepsorganisatie NU’91 meldt dat vooral wijkteams en verpleeghuizen hierdoor moeilijker roosters vullen. De benzineprijs en dieselprijs drukken zwaar op het woon-werkverkeer en ritten naar cliënten. Reiskostenvergoedingen blijken vaak niet toereikend, zeker buiten de Randstad.

Benzineprijs drukt inzet zorgmedewerkers

NU’91 ziet dat medewerkers minder extra diensten aannemen om kosten te beperken. Wie met de eigen auto werkt, maakt veel kilometers zonder volledige vergoeding. Daardoor leveren extra uren soms weinig op. Dat maakt de auto een kostenpost in plaats van een hulpmiddel.

De zorg leunt op onregelmatige diensten en nachtdiensten. Openbaar vervoer rijdt dan beperkt, waardoor de auto noodzakelijk is. In buitengebieden zijn afstanden groter en adressen verspreid. Dat vergroot de afhankelijkheid van benzine of diesel.

Ook dieselrijders voelen de druk, want het prijsverschil met benzine is kleiner dan voorheen. Veel wijkverpleegkundigen kiezen diesel vanwege hoge jaarkilometrages. De hogere dieselprijs tikt dan snel aan. Werkgevers ervaren daardoor meer uitval bij extra inzet.

Roosters raken moeilijker gevuld en diensten blijven openstaan. Instellingen moeten vaker uitzendkrachten inzetten, wat duur is. Dat verhoogt de zorgkosten en drukt de continuïteit bij cliënten. Het probleem is daarmee breder dan alleen de pompprijs.

Reiskostenvergoeding schiet tekort bij lange ritten

De Belastingdienst kent een onbelaste reiskostenvergoeding per kilometer. Werkgevers mogen meer vergoeden, maar het meerdere is belast loon. In de praktijk dekt de vergoeding vaak vooral de brandstof, niet alle autokosten. Denk aan onderhoud, banden, verzekering en afschrijving.

De totale kilometerkostprijs is meestal hoger dan de vergoeding. Dat geldt zeker voor wie veel korte ritten rijdt met veel stops. In de wijkzorg is dat standaard, met meerdere adressen per dienst. Het verschil komt nu op het bord van de medewerker.

CAO-afspraken in de zorg verschillen per organisatie. Sommige vergoeden alleen werk-werkritten, andere ook woon-werk. Dat maakt de uitkomst per werknemer wisselend. NU’91 krijgt hierover meer meldingen uit het land.

Reiskostenvergoeding: onbelaste vergoeding per kilometer voor woon-werkverkeer; het wettelijke maximum wordt jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst.

Dieselprijs en nachtdienst maken auto onmisbaar

Nacht- en vroege diensten zijn lastig met trein of bus. Een ritplanner zoals 9292 laat dan vaak geen snelle verbinding zien. De auto is daarom de enige realistische keuze. Zeker als een dienst al om 07.00 uur start of na 23.00 uur eindigt.

Wijkzorg betekent veel korte ritten tussen cliënten. Met de auto gaat dat sneller dan met fiets of OV, zeker bij grotere afstanden. Elektrische rijden kan helpen met lagere energiekosten, maar vraagt laadinfrastructuur op standplaats en thuis. Zonder laadplek kost plannen extra tijd.

Sommige organisaties gebruiken poolauto’s om grip te houden op kosten. Die voertuigen draaien veel kilometers en vragen strak onderhoud. De hogere benzineprijs of dieselprijs raakt dan direct het afdelingsbudget. Daardoor komt inzet van extra wagens onder druk te staan.

In grensregio’s wijken automobilisten soms uit naar Duitsland of België om te tanken. Daar liggen belastingen op brandstof vaak lager. Dat scheelt aan de pomp, maar kost extra reistijd. Voor zorgdiensten is dat zelden haalbaar.

Gevolgen voor automobilist en werkgevers in Nederland

Voor automobilisten stijgen de maandelijkse mobiliteitskosten. Wie onregelmatig werkt, kan minder makkelijk uitwijken naar OV. Dat vergroot de financiële druk op huishoudens. De auto blijft nodig, maar wordt duurder om te gebruiken.

Werkgevers in de zorg zoeken naar snelle oplossingen. Zij kunnen vergoedingen vereenvoudigen en ritten slimmer clusteren. Ook kunnen zij fietsen en e-bikes aanbieden voor korte stadsritten. Dat scheelt kosten en parkeertijd bij nabijgelegen adressen.

De inzet van deelauto’s via platforms zoals Greenwheels of MyWheels kan helpen op dagdiensten. Nachtelijk gebruik blijft lastiger door beschikbaarheid en locatie. Heldere afspraken over tanken of laden voorkomen gedoe aan het einde van een dienst. Zo blijft de auto inzetbaar zonder extra rompslomp.

Brancheorganisaties zoals ANWB en RAI Vereniging benadrukken het belang van voorspelbare mobiliteitskosten. Dat helpt werknemers en werkgevers plannen. Onzekerheid over vergoedingen of prijzen werkt remmend op extra inzet. Zeker in sectoren met personeelstekorten is dat voelbaar.

Accijns en olieprijs sturen benzineprijs

De pompprijs bestaat uit ruwe-oliekosten, raffinage en logistiek, plus accijns en btw. Accijns is een verbruiksbelasting op brandstof. Btw is een algemene omzetbelasting over de totaalprijs. Nederland kent in Europa relatief hoge brandstofbelastingen.

Wereldwijde olieprijzen bewegen mee met vraag en aanbod. Besluiten van OPEC+ en geopolitieke spanningen spelen een rol. Seizoenseffecten, zoals vakantiedrukte, tellen ook mee. Dat vertaalt zich snel naar de pomp.

De overheid kan accijns tijdelijk verlagen of verhogen. In recente jaren waren er meerdere aanpassingen. Eventuele nieuwe stappen zijn afhankelijk van begroting en politiek draagvlak. Voor automobilisten geeft dat onzekerheid over de kosten op korte termijn.

Meer voorspelbaarheid helpt werkgevers bij het inrichten van mobiliteitsbeleid. Denk aan vaste vergoedingen of inzet van efficiëntere voertuigen. Heldere afspraken voorkomen verrassingen op de loonstrook. Dat is nodig om roosters in de zorg rond te krijgen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *