De inflatie in Nederland is in mei opgelopen tot 3,5 procent, de hoogste stand in ruim een jaar. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt dat vooral energie en diensten duurder werden. Dat raakt automobilisten via brandstofprijzen in Nederland, onderhoud en verzekeringen. Dit nieuws is relevant voor iedereen met een auto, van particulier tot leaserijder, en speelt direct mee in keuzes rond bijtelling 2026 en maandlasten.
Inflatie 3,5 procent raakt automobilist
De consumentenprijsindex meet wat huishoudens gemiddeld meer betalen voor producten en diensten. Daarin tellen ook brandstof, verzekering en reparaties mee. Als deze posten stijgen, voelen automobilisten dat meteen in hun portemonnee. Het effect is breder dan alleen de pomp: ook onderdelen, banden en werkplaatsuurtarieven worden duurder.
Voor autobedrijven betekent dit hogere kosten in de keten, van inkoop tot logistiek. Dat kan leiden tot duurdere reparaties en langere wachttijden op onderdelen. Doordat lonen en energiekosten bij garages stijgen, is het lastig prijzen laag te houden. De totale autokosten per kilometer bewegen daardoor opwaarts.
De stijging komt op een moment dat de Europese inflatie eveneens oploopt. Dat vergroot de kans op schommelingen in rente en wisselkoersen. Zulke bewegingen werken vaak door in lease- en financieringslasten. Zakelijke rijders en wagenparkbeheerders krijgen zo met meerdere kostenknoppen tegelijk te maken.
“CBS: inflatie 3,5 procent in mei, hoogste in ruim een jaar.”
Benzineprijs Nederland blijft kostenpost
De benzineprijs aan de pomp wordt bepaald door ruwe-olieprijzen, de dollarkoers, accijns en btw. Inflatie zelf bepaalt de pompprijs niet, maar hogere energie- en transportkosten in de keten houden prijzen wel op niveau. Voor dieselrijders speelt hetzelfde mechanisme, met eigen markt- en seizoenseffecten. LPG kent doorgaans lagere literprijzen, maar ook daar tellen belastingen mee.
Automobilisten merken prijsverschillen per regio en tussen snelweg- en buurtstations. Concurrentie, huurcontracten en logistiek maken liters langs de snelweg vaak duurder. Dit prijsbeeld is grillig en kan per week veranderen. Het loont dus om prijzen te vergelijken, zeker voor veelrijders.
Elektrische rijders zien kosten vooral via stroomtarieven en laadtarieven. Publieke laadpalen werken met variabele kWh-prijzen en soms starttarieven. Thuisladen hangt af van het stroomcontract. Snelladen is meestal duurder, maar biedt tijdwinst op lange ritten.
Autoverzekering en onderhoudskosten lopen op
Autoverzekeringen zijn duurder geworden door hogere schade- en herstelkosten. Onderdelen zijn complexer en elektronica is prijzig, wat reparaties kostbaarder maakt. Ook arbeidsloon bij herstelbedrijven stijgt. Dat drukt op premies voor WA, WA+ en allrisk.
Bij onderhoud zien garages hogere inkoopprijzen voor onderdelen en smeermiddelen. Dit vertaalt zich in hogere werkplaatsrekeningen. Voor EV’s liggen materiaalkosten soms anders, maar banden, ruiten en remmen blijven slijtdelen. De totale jaarkosten kunnen dus stijgen, ongeacht het aandrijftype.
Leasemaatschappijen verwerken deze trends in hun service- en onderhoudsbudgetten. Dat kan de leaseprijs beïnvloeden, vooral bij modellen met dure sensoren of ADAS-onderdelen. Voor wagenparkbeheerders wordt voorspelbaar onderhoud belangrijker. Schadepreventie helpt om premiedruk te beperken.
Bijtelling 2026 gelijk voor elektrische auto
Bijtelling is de belasting op het privégebruik van een zakelijke auto. Voor elektrische auto’s geldt op het moment van schrijven in 2026 een bijtelling van 22 procent, gelijk aan benzine en diesel. Daardoor vervalt het bijtellingsvoordeel dat EV’s eerder hadden. Zakelijke rijders moeten dus rekenen met hogere netto maandlasten dan in eerdere jaren.
Leasemaatschappijen en werkgevers zullen hier hun mobiliteitsbeleid op bijsturen. Denk aan langere contractduren of scherpere modelkeuzes. De totale kosten per kilometer worden weer belangrijker dan fiscale prikkels alleen. Ook laadkosten en thuisvergoeding spelen mee in het totaalplaatje.
Voor wie privé elektrisch rijdt, zijn aankoopsubsidies en belastingregels een ander dossier. Regelingen veranderen geregeld per kalenderjaar. Controleer daarom actuele voorwaarden bij RVO en Belastingdienst. Dat voorkomt verrassingen bij bestelling of levering.
Belastingen indexeren mee met inflatie
Autobelastingen bewegen vaak mee met de inflatie. De Belastingdienst past tarieven en schijven regelmatig aan per 1 januari. Dit kan gevolgen hebben voor de bpm op nieuwe personenauto’s en voor de motorrijtuigenbelasting (mrb). Hogere indexatie kan de aanschaf en het bezit van een wagen duurder maken.
De bpm is een aanschafbelasting op basis van CO2-uitstoot; meer uitstoot betekent meer bpm. Dit stimuleert zuinigere modellen in de showroom. Als tarieven worden geïndexeerd, schuiven drempels en bedragen mee. Voor dealers en importeurs beïnvloedt dit de prijsstelling en voorraadmix.
De mrb is de periodieke wegenbelasting voor het bezit van een voertuig. Provincies en het Rijk bepalen samen de hoogte, en indexatie kan ook hier toeslaan. Voor automobilisten telt dit direct door in vaste lasten per maand of kwartaal. Het is daarom verstandig om bij een nieuwe of gebruikte auto naar het mrb-tarief te kijken.









