Home / Nieuws / Festivals 2024: stijgende kosten dwingen organisatoren tot bezuinigingen

Festivals 2024: stijgende kosten dwingen organisatoren tot bezuinigingen

Organisatoren van Nederlandse festivals zetten dit seizoen plannen voor duurzame mobiliteit op een lager pitje. Door stijgende kosten voor veiligheid, personeel en energie staat de verduurzaming onder druk. Vooral elektrisch vervoer van bezoekers en leveranciers is lastig te betalen, juist nu steden Zero Emissie Stadslogistiek invoeren. Dat raakt automobilisten, OV-reizigers en vervoerders die evenementen in 2024 en 2025 bezoeken.

Duurzame mobiliteit op festivals onder druk

Reizen van bezoekers en aanvoer door leveranciers zijn grote bronnen van CO2-uitstoot bij evenementen. CO2-uitstoot is de hoeveelheid kooldioxide die vrijkomt bij verbranding van brandstof. Als budgetten krapper worden, schuiven organisaties eerder op naar basisvoorzieningen dan naar groene extra’s. Denk aan meer beveiligers en hekken in plaats van elektrische shuttlebusjes of extra fietsvoorzieningen.

De inflatie van de afgelopen jaren en hogere inhuurprijzen drukken zwaar op de exploitatie. Ook tijdelijke stroomaansluitingen en netverzwaring zijn duurder geworden. Daardoor komt elektrisch rijden op en rond het festivalterrein niet altijd van de grond. Dat leidt tot meer dieselkilometers voor pendelbussen en logistiek.

Voor bezoekers betekent dit vaker parkeren op afstand en minder duurzame opties ter plekke. Extra treinen of bussen zijn niet altijd haalbaar bij een krap budget. De druk om de ticketprijs betaalbaar te houden vergroot het spanningsveld. Zo schuift verduurzaming naar de middellange termijn.

Stijgende kosten raken elektrisch vervoer

Het huren van elektrische bestelauto’s en vrachtwagens is op het moment van schrijven meestal duurder dan een dieselvariant. Ook het plaatsen van tijdelijke laders en het verleggen van kabels op terreinen kost veel geld. Laadinfrastructuur is het geheel aan voorzieningen om elektrische voertuigen op te laden. Zonder voldoende laadpunten lopen planningen vast en vallen organisaties terug op fossiel vervoer.

Voor shuttlevervoer spelen actieradius en laadsnelheid mee in de keuze voor een bus. Actieradius is de geschatte afstand die een elektrische wagen op een volle accu kan rijden. Snelladen is niet overal beschikbaar en tijdelijke netcapaciteit is schaars. Daardoor is elektrisch pendelen niet altijd praktisch of betaalbaar.

Als tussenoplossing kiezen sommige partijen voor HVO-diesel of hybride aggregaten. HVO is een hernieuwbare dieselvervanger met lagere CO2-uitstoot aan de uitlaat. De brandstof is echter duurder en niet altijd in grote volumes leverbaar. Daardoor blijft de kostenafweging lastig voor kortdurende events.

Zero Emissie Stadslogistiek dwingt keuzes

Vanaf 2025 voeren tientallen Nederlandse gemeenten Zero Emissie Stadslogistiek (ZES) in voor bevoorrading. Evenementen binnen zo’n zone moeten overschakelen op elektrische bestelauto’s en vrachtwagens voor de last mile. Gemeenten kunnen tijdelijke ontheffingen geven, maar die zijn beperkt. Dat dwingt organisatoren en leveranciers om sneller te verduurzamen.

Brancheorganisaties zoals BOVAG en RAI Vereniging volgen de invoering van ZES en de beschikbaarheid van elektrische bedrijfswagens. Het aanbod groeit, maar de inzet bij piekbelasting rond evenementen blijft een knelpunt. Vooral de combinatie van laden, rijtijden en montage-uren vergt strakke planning. Zonder tijdelijke laadpleinen lopen schema’s uit.

Ook internationale toeleveranciers krijgen hiermee te maken bij Europese tours. Europese CO2-doelen voor wegvervoer versterken de richting naar emissievrij. Voor festivals in binnensteden kan dit leiden tot extra kosten voor elektrisch materieel of logistieke hubs. Wie buiten de stad zit, merkt vooral de hogere huur- en brandstofprijzen.

Zero Emissie Stadslogistiek (ZES): zones waar vanaf 1 januari 2025 alleen emissievrije bestel- en vrachtauto’s voor bevoorrading mogen rijden.

OV, fiets en shuttlebus scoren het best

De meeste CO2-winst is te halen bij het bezoekersvervoer. Korting op treinkaartjes, extra nachttreinen en duidelijke looproutes werken snel en betaalbaar. Goede fietsparkeerplekken en bewaakte stallingen verlagen de autodruk. Zo daalt de uitstoot zonder grote investeringen in techniek.

Voor automobilisten sturen organisatoren vaker met parkeertarieven en P+R-locaties. Hoger tarief dichtbij, goedkoper verder weg: dat geeft lucht op lokale wegen. Duidelijke informatie over afsluitingen en omleidingen voorkomt zoekverkeer. Dat scheelt files en uitstoot rond de locatie.

Waar mogelijk zetten festivals shuttlebussen in tussen P+R en terrein. Elektrische bussen zijn stiller en lokaal emissievrij, maar vragen laadinfrastructuur. Alternatief is rijden op HVO, wat de uitstoot aan de uitlaat verlaagt. De keuze hangt af van kosten, beschikbaarheid en netcapaciteit.

Gevolgen voor automobilist en leaserijder

Bezoekers met de auto krijgen vaker te maken met hogere parkeertarieven en langere aanrijroutes. Tijdelijke afsluitingen en milieuzones vragen om extra reistijd. In ZES-gebieden zijn oudere bestelwagens voor bevoorrading niet meer welkom. Dat raakt ook kleine leveranciers en zzp’ers met een bedrijfswagen.

Rijd je elektrisch, reken dan op beperkte laadmogelijkheden bij evenementen. Tijdelijke laders zijn schaars en gaan vooral naar organisatie en pendelvervoer. Snellaadstations langs de route blijven daarom belangrijk. Plan je laadstop tijdig in om wachtrijen te vermijden.

Voor leaserijders en wagenparkbeheerders spelen inzetbaarheid en planning een grotere rol. Piekmomenten rond op- en afbouw vragen ruimte in het laadrooster. Contracten voor tijdelijke laadinfrastructuur kunnen kosten drukken, maar vragen voorbereiding. Met de komst van ZES neemt die urgentie toe, ook buiten het festivalseizoen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *