Honda en Aston Martin werken achter de schermen aan een nieuwe Formule 1-krachtbron voor 2026. De partners bouwen een volledige works-structuur op in Japan en het Verenigd Koninkrijk voor het FIA-motorreglement 2026. Dat reglement legt meer nadruk op elektrische aandrijving en 100% duurzame brandstof, met grote gevolgen voor teams. De samenwerking start na het einde van Honda’s huidige levering aan Red Bull Racing en RB in 2025.
Honda bouwt works-team
Honda Racing Corporation (HRC) ontwikkelt de 2026-krachtbron in Sakura, met eigen testbanken voor verbrandingsmotor, batterijen en energieherwinning. Daarmee krijgt Aston Martin vanaf 2026 een exclusieve motorpartner, vergelijkbaar met Ferrari of Mercedes in een works-constructie. Honda verlaat na 2025 de Red Bull-teams, waardoor de focus volledig verschuift naar één fabrieksteam. Aramco wordt naar verwachting brandstof- en smeermiddelenpartner binnen dit pakket.
De motor ontwikkelt meer elektrische energie en verliest de MGU-H, het systeem dat energie uit uitlaatgassen haalde. Dat vraagt om nieuwe software voor energiemanagement en om andere koeling van accu’s en elektronica. Honda zet extra capaciteit in voor simulatie en vermogensbanken om rijscenario’s te testen. De koppeling tussen verbrandingsmotor en MGU-K moet efficiënt en betrouwbaar zijn bij langere races.
Ook de batterij is een speerpunt, omdat het 2026-reglement meer elektrische inzet per ronde verlangt. Dat verhoogt de belasting op cellen en omvormers en vergroot het koelingsvraagstuk. HRC werkt aan compacte modules die minder gewicht en ruimte innemen. Het doel is een klein en stijf pakket dat goed in het chassis past.
Aston Martin zoekt integratievoordeel
Aston Martin bouwt in Silverstone aan een nauwe integratie van chassis, motor en koeling. De nieuwe fabriek en windtunnel worden ingezet om behuizing, radiatoren en luchtstromen rond de krachtbron te optimaliseren. Een compactere motor kan kleinere sidepods mogelijk maken, wat de luchtweerstand verlaagt. Dat is belangrijk omdat de 2026-auto’s minder drag moeten hebben.
Het team gebruikt een driver-in-the-loop simulator om energiemanagement en rembalans met de MGU-K af te stemmen. Zo kan de software van de krachtbron al vóór het eerste testweekend worden geoptimaliseerd. Aston Martin blijft tot en met 2025 klant van Mercedes voor motor en versnellingsbak. De ervaring uit die periode helpt bij het definiëren van eisen voor de eigen lay-out met Honda.
Ook de versnellingsbak en achterwielophanging vragen aandacht vanwege de andere koppelkarakteristiek. Meer elektrische power betekent andere pieken in trekkracht en regeneratie. De ophangingsgeometrie en de koeling van de remmen worden hierop afgestemd. Dit alles moet tegelijk passen binnen het gewichtslimiet en de FIA-crashtests.
2026-regels sturen ontwerpkeuzes
Het FIA-motorreglement 2026 verhoogt de elektrische output tot circa 350 kW en schrapt de MGU-H. De auto’s krijgen tegelijkertijd actieve aerodynamica om efficiëntie op rechte stukken te verbeteren. Het totaal vraagt om nauwkeurige software, omdat energieafgifte per ronde beperkt is. Teams die software en hardware goed laten samenwerken, hebben een voordeel.
Definitie: de 2026 F1-krachtbron combineert een 1.6-liter V6-turbomotor met een sterkere MGU-K, draait op 100% duurzame brandstof en gebruikt géén MGU-H meer.
Het brandstofregime verandert richting synthetische en duurzame brandstoffen, wat de verbranding beïnvloedt. Honda werkt daarom parallel aan ontsteking, injectie en nokkenprofielen. De verbrandingsmotor moet efficiënt blijven ondanks lagere energiedichtheid van nieuwe brandstoffen. Dat is een fijn samenspel van chemie, thermodynamica en motormanagement.
Er geldt ook een kostenplafond voor motorfabrikanten, waardoor keuzes scherper worden afgewogen. Testtijd en componenten moeten zo veel mogelijk data opleveren per euro. Dit maakt virtuele ontwikkeling en correlatie tussen simulatie en testbank extra belangrijk. Fouten in dit proces kosten tijd en homologatieruimte.
Alonso bevestigt Honda-route
Fernando Alonso heeft zijn contract met Aston Martin verlengd tot in het 2026-tijdperk. Daarmee krijgt Honda een zeer ervaren coureur die het ontwikkelpad kan sturen. Zijn feedback is cruciaal voor de afstemming van energieafgifte en remregeneratie. Lance Stroll is op het moment van schrijven de tweede rijder bij Aston Martin.
De simulatorploeg in Silverstone draait veel uren om afstellingen te toetsen voordat er wordt getest op de baan. Rijders als de test- en reserverijders leveren aanvullende data en referenties. Dit versnelt het werk aan software en energiemanagement voor de racestrategie. Hoe beter de correlatie, hoe kleiner de verrassing bij de eerste wintertesten.
Alonso’s bekendheid met verschillende motorconcepten helpt bij de overgang naar 2026. Hij reed met V8’s, met hybride V6’s en met verschillende energieregimes. Voor Honda betekent zijn ervaring minder giswerk bij de eerste kalibraties. Dat kan kostbare punten opleveren in de openingsfase van het seizoen.
Duurzame brandstof en EU-doelen
De overstap naar 100% duurzame brandstof sluit aan op Europese CO₂-doelen en de discussie over e-fuels. Hoewel personenauto’s in de EU snel elektrificeren, onderzoekt de industrie synthetische brandstoffen voor niches. F1 fungeert als proeflab voor verbranding, smering en materialen onder extreme belasting. Kennis over duurzame brandstof kan doorwerken naar zware mobiliteit en motorsport.
Voor Nederland zijn de lessen over efficiëntie en energiebeheer interessant, ondanks de focus op EV’s en bijtelling. Thermisch management, software en materialen vinden ook hun weg naar elektrische aandrijvingen. Bovendien dwingt het Euro 7-kader fabrikanten tot schonere oplossingen in alle segmenten. Motorsportontwikkeling helpt om die technologie sneller te valideren.
Aramco en Honda experimenteren met verschillende grondstoffen voor brandstof, zoals synthetische componenten en biobased stromen. Stabiliteit, klopvastheid en opslaggedrag zijn daarbij kritische factoren. Een stabiele brandstof vergemakkelijkt de afstelling van de motor en de betrouwbaarheid. Zo ontstaat een keten van brandstof tot raceresultaat.
Tijdlijn en risico’s 2025–2026
In 2025 domineren testbanken, integratiemodellen en botsproeven de planning. Teams werken richting de eerste 2026-shakedowns met een vrijwel afgebouwde krachtbron. Homologatievensters en onderdelenlimieten beperken late wijzigingen. Vroege betrouwbaarheid is daarom een prioriteit boven pure piekpower.
Belangrijke risico’s zijn gewicht, koeling en softwarecomplexiteit. Meer elektrische power vraagt grotere koeling, wat extra luchtweerstand kan geven. Ook de energiebalans per ronde is een puzzel op verschillende circuits. Een fout in simulaties kan pas op de baan zichtbaar worden.
De concurrentie is breed: naast Honda/Aston Martin komen ook Red Bull Ford Powertrains, Mercedes, Ferrari, Renault en Audi met 2026-motoren. Wie de beste integratie vindt tussen motor, accu, aerodynamica en strategie, zet de toon. Aston Martin mikt op dat integratievoordeel met een eigen works-partnerschap. De eerste echte meting volgt bij de wintertesten van 2026.









