Het Nederlandse wagenpark schuift versneld op naar elektrisch rijden. Ruim 1 op de 5 personenauto’s is inmiddels geheel of deels elektrisch. Dat blijkt uit recente kentekencijfers van de RDW. De groei komt door fiscale prikkels, een groter aanbod modellen en meer laadpunten in Nederland.
Elektrische auto Nederland passeert 20 procent
Met de nieuwe mijlpaal is elektrisch rijden in Nederland geen niche meer, maar een vaste factor. Het gaat zowel om volledig elektrische voertuigen als om auto’s die deels elektrisch rijden. Dat laatste zijn hybride varianten, met een verbrandingsmotor én elektromotor. De toename sluit aan bij de ambitie om de CO2-uitstoot van verkeer te verlagen.
Ruim één op de vijf personenauto’s in Nederland rijdt inmiddels volledig of deels elektrisch.
Volledig elektrische auto’s laden aan het stroomnet en hebben geen uitlaat. Deels elektrische auto’s zijn hybrides of plug-in hybrides. Een plug-in hybride kun je opladen met een stekker en rijdt korte afstanden elektrisch. Een gewone hybride laadt de batterij al rijdend op en hoeft niet aan de laadpaal.
Automerken spelen in op de vraag met een breder aanbod in meerdere prijsklassen. Bekende volledig elektrische modellen zijn bijvoorbeeld Tesla Model Y, Volkswagen ID.3 en Kia Niro EV. Plug-in hybrides zoals de Volvo XC60 en Peugeot 308 rijden deels elektrisch, vooral op korte ritten. Dit vergroot de keuze voor zowel particuliere kopers als leaserijders.
Hybride auto’s trekken de grootste groei
De grootste duw komt op dit moment van hybrides en plug-in hybrides. Ze zijn vaak goedkoper in aanschaf dan een volledig elektrische wagen. Ook vragen ze minder aanpassingen in het dagelijks gebruik, omdat tanken altijd kan. Daardoor stappen meer automobilisten tussentijds over naar “deels elektrisch”.
Voor veel gezinnen is de stap naar een volledig elektrische auto nog groot. De hogere aanschafprijs en twijfels over actieradius spelen mee. Actieradius is de afstand die je op een volle accu kunt rijden. Hybrides verlagen die drempel en maken elektrisch rijden bekend bij een groter publiek.
Zakelijke rijders kiezen daarnaast geregeld voor plug-in hybride modellen. Zeker wanneer thuisladen niet altijd mogelijk is. Daarmee combineren ze lagere brandstofkosten op korte ritten met de flexibiliteit van tanken op lange trajecten. Dat past bij wisselende werk- en woonpatronen.
Laadinfrastructuur groeit, druk op steden
Het netwerk van laadpunten groeit door in Nederland, met meer publieke palen in woonwijken en snelladers langs snelwegen. Snelladen is opladen met hoge vermogens, waardoor een accu in korte tijd veel energie krijgt. Aanbieders als Fastned en Shell Recharge breiden knooppunten uit. Dit helpt vooral bij vakantieritten en lange zakelijke afstanden.
Tegelijk neemt de druk in steden toe door schaarse ruimte en netcapaciteit. Gemeenten plaatsen laadpalen op basis van verwachte vraag per buurt. In dichtbebouwde wijken is de stoepruimte krap en zijn kabels over de stoep niet toegestaan. Slim plannen en delen van laadpunten wordt daardoor belangrijker.
Voor bewoners zonder eigen oprit blijven publieke laadpunten cruciaal. Zij zijn afhankelijk van voldoende laadplekken op loopafstand. Ook werkgevers plaatsen vaker laadvoorzieningen op kantoor. Dat spreidt de laadvraag over de dag en ontlast het stroomnet.
Bijtelling elektrische auto stijgt in 2026
Voor de leasemarkt is de bijtelling een belangrijke knop. Bijtelling is het deel van de catalogusprijs dat je als loon in natura bij je inkomen optelt wanneer je privé rijdt met een zakelijke auto. Voor elektrische auto’s loopt het bijtellingspercentage op richting het algemene tarief. Op het moment van schrijven stijgt het in 2026 naar 22 procent.
De overgang naar een hoger tarief beïnvloedt de totale autokosten voor zakelijke rijders. Dat kan de keuze verschuiven naar zuinige modellen en scherp geprijsde EV’s. Leasemaatschappijen spelen in met langere looptijden en scherpere restwaardes. Een volwassen gebruikte-markt voor EV’s helpt die restwaarde te ondersteunen.
Naast bijtelling blijven andere regelingen meespelen, zoals de MIA voor ondernemers en provinciale parkeer- of milieumaatregelen. Deze prikkels verschillen per doelgroep en gemeente. Zakelijke beslissers kijken daarom naar het totale kostenplaatje over de looptijd. Dat geldt voor zowel volledig elektrische auto’s als plug-in hybrides.
Tweedehands elektrische auto wint terrein
De groei van het aantal gebruikte EV’s versnelt, geholpen door aflopende leasecontracten. Daardoor komen meer betaalbare modellen op de markt. Bekende tweedehands opties zijn onder meer de Renault Zoe, Nissan Leaf en Hyundai Kona Electric. Dit vergroot de instap voor particuliere kopers.
Ook import speelt een rol, omdat prijzen en aanbod per land verschillen. Nederlandse handelaren kijken naar Duitsland en Scandinavië voor jonge occasions. BOVAG en RAI Vereniging wijzen tegelijk op het belang van eerlijke accutesten bij in- en verkoop. Zo blijft de kwaliteit van het aanbod inzichtelijk.
Voor kopers is transparantie over accugezondheid belangrijk. Accugezondheid is de nog beschikbare energiecapaciteit ten opzichte van nieuw. Steeds meer verkopers bieden testrapporten of garantie aan. Dat verlaagt het risico en versnelt de doorstroming op de occasionmarkt.
EU CO2-regels versnellen aanbod
Strengere Europese CO2-normen dwingen autofabrikanten hun vloot schoner te maken. Merken schuiven daarom sneller richting elektrische en hybride modellen. Het verbod op de verkoop van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor vanaf 2035 zet extra druk op de planning. Dit maakt investeringen in batterijtechniek en software prioriteit.
Voor Nederlandse automobilisten betekent dit: meer keuze en snellere modelvernieuwing. Denk aan nieuwe generaties van de Volkswagen ID.-familie, Stellantis-modellen zoals de Peugeot e-208 en betaalbare Chinese EV’s. Ook traditionele modellen krijgen hybride of plug-in varianten. Daarmee dekken merken meerdere prijspunten en gebruiksprofielen af.
Dealers en werkplaatsen passen zich aan met EV-training en gespecialiseerde apparatuur. RDW-procedures voor toelating blijven intussen de poortwachter voor veiligheid en typegoedkeuring. Dat borgt dat nieuwe technieken veilig de weg op gaan. En het helpt consumenten bij een betrouwbare overstap naar elektrisch rijden.









