Formule 1-teams bereiden de lanceringen van hun 2026-auto’s voor. De presentaties worden verwacht in januari en februari 2026, vooral via livestreams en events bij fabrieken in Europa. De wagens volgen het FIA-motorreglement 2026 gevolgen teams, met meer elektrisch vermogen en 100% duurzame brandstof. Teams kiezen deze timing om op tijd klaar te zijn voor de eerste test in het Midden-Oosten.
Lanceringen in januari en februari
Teams als Red Bull Racing, Mercedes, Ferrari, McLaren en Aston Martin mikken op een onthulling in de eerste weken van 2026. Alpine, Williams, Sauber/Audi, Haas en RB vullen het schema doorgaans in dezelfde periode. Exacte dagen kunnen per team nog schuiven door fabriekstests en FIA-keuringen. Op het moment van schrijven zijn sommige data nog voorlopig.
Veel presentaties tonen eerst de livery, gevolgd door een roll-out van het echte chassis. Dit gebeurt vaak tijdens een korte shakedown, een eerste rit om systemen te controleren. Die rit valt onder een “filming day” met beperkte kilometers. De definitieve aerodynamica kan nog wijzigen tot aan de eerste race.
De meeste onthullingen komen uit het Verenigd Koninkrijk, Italië, Zwitserland en Frankrijk, waar de teams hun bases hebben. Nederlandse fans kijken extra uit naar de presentatie van Red Bull Racing, het team van Max Verstappen. Ook de Audi-intrede met Sauber krijgt aandacht in Europa. De livestreams starten meestal aan het eind van de ochtend of rond het begin van de avond Nederlandse tijd.
FIA-regels 2026: gevolgen teams
De 2026-krachtbron bestaat uit een verbrandingsmotor op 100% duurzame brandstof en een sterker elektrisch ERS. ERS is het systeem dat remenergie terugwint en opnieuw gebruikt. De MGU-H verdwijnt, terwijl de MGU-K (elektromotor/generator op de aandrijfas) veel meer vermogen levert. Dit dwingt teams tot nieuwe koeling, accu-indeling en software voor energiemanagement.
Aan de motorzijde zijn meerdere fabrikanten actief: Mercedes-AMG HPP, Ferrari en Renault (Alpine) blijven, terwijl Audi instapt met Sauber. Honda keert terug als volwaardige partner van Aston Martin. Red Bull Ford Powertrains ontwikkelt een eigen krachtbron met Ford. Deze keuzes bepalen de bouw van chassis en koelpakketten en dus de lanceringsplanning.
Voor de lancering moeten auto’s de crashtests en structurele keuringen van de FIA doorstaan. Die planning is strak omdat teams meer parallel ontwikkelen aan motor, batterij en aerodynamica. De logistiek naar de wintertest in het Midden-Oosten laat weinig ruimte voor uitloop. Daarom houden teams speling in hun lanceerwindow.
Actieve aero verandert presentatie
De 2026-auto’s krijgen actieve aerodynamica, met beweegbare vleugelstanden voor minder luchtweerstand op rechte stukken. Actieve aero betekent dat onderdelen tijdens het rijden van stand kunnen wisselen. Studiofoto’s laten daardoor mogelijk “neutrale” standen zien. Het zichtbare ontwerp verschilt dus van het dynamische gedrag op de baan.
Pirelli blijft bij 18-inch banden, maar met aangepaste maat en constructie voor minder luchtweerstand. Downforce, de neerwaartse druk die grip geeft, gaat omlaag om slipstreamen te bevorderen. Teams zullen tijdens film- en testdagen veel data verzamelen om dit in te regelen. Dat kan leiden tot kleine updates tussen lancering en eerste race.
De combinatie van actieve aero en het sterkere elektrische deel van de aandrijving vraagt nieuwe softwaretools. Simulatorwerk en correlatie met de windtunnel zijn cruciaal. Kleine toleranties in vleugelstanden leveren grote snelheidsverschillen op. Dat verklaart waarom sommige teams pas laat de “echte” vleugels tonen.
E-fuels en EU-beleid
Vanaf 2026 rijdt de Formule 1 op 100% duurzame brandstof, waaronder synthetische e-fuels. Dit sluit aan bij Europees CO₂-beleid en de ruimte voor e-fuels in het verbod op nieuwe brandstofauto’s na 2035. Brandstofpartners als Shell, Aramco en Petronas ontwikkelen mengsels die ook relevant kunnen zijn voor wegtransport. De sport fungeert zo als testbed voor brandstofinnovatie.
Voor Europese fabrikanten als Audi en Alpine is de link naar serietechnologie belangrijk. Efficiëntie in verbranding, materiaalgebruik en energieopslag kan doorstromen naar straatauto’s. Dat sluit aan bij strengere EU-normen en discussies over Euro 7 en emissietesten. De 2026-regels stimuleren daarom ook concurrentie in duurzaamheid.
Voor Nederlandse bestuurders is vooral de brandstofinnovatie interessant. E-fuels kunnen op termijn een rol spelen in luchtvaart of zwaar transport. De FIA eist daarnaast strikte veiligheid en monitoring van energiestromen. Dat beperkt risico’s en zorgt voor transparante metingen van rendement en vermogen.
De 2026-krachtbron stuurt grofweg evenveel energie uit de verbrandingsmotor als uit het elektrische deel: circa 50/50, met tot ongeveer 350 kW elektrisch vermogen en 100% duurzame brandstof.
Zo volg je de onthullingen
Teams streamen presentaties op YouTube, X en eigen websites. Verwacht korte studio-acts met interviews en beelden van het nieuwe chassis. Media krijgen vaak aanvullende foto’s en CAD-renders. Zo ontstaat een eerste beeld van de verpakkingskeuzes per team.
Let op het verschil tussen showcar, liverycar en de auto voor shakedown. De showcar is soms een mule of model met neutrale aerodynamica. Pas bij de shakedown zie je de eerste functionele configuratie. Updates volgen daarna richting test en seizoensstart.
Voor Nederlandse fans zijn tijden in de vroege avond het meest gebruikelijk. Britse teams kiezen vaak 11:00–14:00 lokale tijd, wat gunstig is voor Europa. Ferrari en Alfa Romeo/Sauber/Audi plannen soms in de avond. Concrete tijden kunnen per team nog wijzigen.
Voorlopige planning per team
Red Bull Racing en Mercedes mikken traditiegetrouw op een vroege februari-onthulling. Ferrari, McLaren en Aston Martin zitten meestal in hetzelfde venster. Alpine en Williams presenteren vaak online met beperkte gasten. Haas en RB volgen vaak aan het eind van de lanceringsreeks.
Sauber introduceert in 2026 het Audi-tijdperk, wat wijst op een groter Europees lanceringsevent. Locaties als Neuburg (Audi) of Hinwil (Sauber) liggen voor de hand. Aston Martin koppelt de presentatie mogelijk aan Silverstone, dicht bij de fabriek. Alpine presenteert doorgaans in Frankrijk of het VK.
Op het moment van schrijven houden teams speelruimte in data en formats. Leveringsschema’s van onderdelen en FIA-keuringen bepalen de laatste weekplanning. Een latere lanceerdatum hoeft niets te zeggen over snelheid of betrouwbaarheid. De echte benchmark komt pas tijdens de eerste gezamenlijke testkilometers.









