De Nederlandse overheid zet nieuwe stappen in het Klimaatakkoord voor mobiliteit. In 2024 en 2025 veranderen belastingregels en rapportageplichten voor auto’s in Nederland. Dit raakt leaserijders, particuliere kopers van een elektrische auto en bedrijven met bestelwagens. Het doel is minder CO2‑uitstoot en schonere steden, met gevolgen voor bijtelling, BPM en stedelijke toegang.
Bijtelling elektrische auto stijgt in 2026
De bijtelling voor elektrische auto’s is op het moment van schrijven 16 procent over de cataloguswaarde tot een drempelbedrag, met daarboven 22 procent. Volgens de huidige wetgeving loopt dit voordeel af en gaat het algemene tarief in 2026 naar 22 procent. Bijtelling is de fiscale bijtelling voor privégebruik van een leaseauto door een werknemer. Voor benzine- en dieselauto’s geldt nu al het standaardtarief van 22 procent.
Voor zakelijke rijders betekent dit dat het maandelijkse brutoloonvoordeel van volledig elektrisch rijden kleiner wordt. Leasemaatschappijen en werkgevers rekenen dit mee in het totale kostenplaatje (TCO) van voertuigen. Door het drempelbedrag weegt de bijtelling vooral zwaarder bij duurdere modellen. Goedkopere elektrische wagens blijven daardoor relatief gunstiger.
De timing van een nieuw leasecontract kan meetellen, omdat het bijtellingspercentage bij ingaan van het contract meestal meerdere jaren vaststaat. Wie in 2024 of 2025 instapt, profiteert langer van het lagere tarief, binnen de dan geldende regels. Let ook op het drempelbedrag: voor het deel boven die grens telt altijd 22 procent. Dit maakt de prijsstelling en uitrusting van het model extra relevant.
Voor werkgevers is dit een moment om het wagenparkbeleid te herijken. Een mix van elektrische en efficiënte brandstofmodellen kan tijdelijk passend zijn, afhankelijk van inzet en kilometrage. Ook laadmogelijkheden op kantoor en thuis spelen financieel mee. Dit alles maakt transparante kostenvergelijking essentieel voor fleetmanagers.
Bijtelling elektrische auto in 2026: 22 procent (volgens de huidige wet)
SEPP-subsidie heeft beperkt jaarbudget
Particuliere kopers van een elektrische auto kunnen gebruikmaken van de SEPP-regeling. SEPP staat voor Subsidie Elektrische Personenauto’s Particulieren en werkt met een vast jaarbudget. Aanvragen lopen via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De exacte subsidiebedragen verschillen per jaar en per nieuw of gebruikt voertuig.
De subsidiepot werkt op volgorde van binnenkomst en kan binnen het jaar opraken. Wie koopt of private least, moet daarom tijdig registreren bij de RVO. Let erop dat alleen modellen met een vastgestelde cataloguswaarde en minimale actieradius in aanmerking komen. Actieradius is de maximale afstand die een elektrische auto op een volle batterij kan rijden.
SEPP geldt niet voor zakelijke rijders; die gebruiken andere fiscale regelingen. Denk aan lagere bijtelling (zolang die geldt) of afschrijvingsvoordelen voor ondernemers via MIA en Vamil. Controleer altijd de actuele voorwaarden op het moment van schrijven. Zo voorkom je dat een bestelling buiten de subsidiecriteria valt.
De beschikbaarheid van populaire modellen kan invloed hebben op het moment van aanvragen. Lange levertijden schuiven de tenaamstelling soms door naar een volgend jaarbudget. Dat kan positief of negatief uitpakken, afhankelijk van het beschikbare budget dan. Dealers en leasemaatschappijen verwerken dit vaak in de planning, maar de aanvraag ligt bij de koper.
BPM bestelauto gebaseerd op CO2 in 2025
Per 2025 vervalt de bpm‑vrijstelling voor nieuwe fossiele bestelauto’s voor ondernemers. BPM is de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen, die voor personenauto’s al CO2‑afhankelijk is. Vanaf 2025 wordt ook voor zakelijke bestelauto’s op benzine of diesel de BPM berekend op basis van CO2‑uitstoot. CO2‑uitstoot is de hoeveelheid kooldioxide die een voertuig per kilometer uitstoot.
Voor volledig elektrische bestelauto’s blijft een vrijstelling gelden. Daardoor worden emissievrije varianten fiscaal aantrekkelijker ten opzichte van fossiele alternatieven. Dit verschil kan aanzienlijk zijn in de totale kosten over de gebruiksperiode. Ondernemers en fleetowners nemen dit mee bij vervanging van het wagenpark.
ZZP’ers en MKB’s die in binnensteden leveren, voelen dit het snelst. Zij combineren vaak veel stadsritten met lage snelheden, wat gunstig is voor elektrische aandrijving. Infrastructuur voor laden op bedrijventerrein of aan huis is dan een belangrijke randvoorwaarde. Beschikbare subsidies voor emissieloze bedrijfsauto’s verschillen per jaar en kennen ook budgetplafonds.
Bestelauto’s die uiterlijk in 2024 op naam worden gezet, vallen nog onder de oude regels. Orders die in 2025 worden uitgeleverd, krijgen te maken met de nieuwe BPM‑systematiek. Zakelijke rijders doen er daarom goed aan levertijden en registratiedata scherp te monitoren. Dit voorkomt financiële verrassingen bij aflevering.
Rapportage werkmobiliteit nu verplicht
Sinds 1 juli 2024 geldt een rapportageplicht Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM) voor grote werkgevers. Organisaties met 100 of meer medewerkers moeten jaarlijks de CO2‑uitstoot van woon‑werk en zakelijke kilometers doorgeven. De rapportage loopt via een digitaal portaal van de Rijksoverheid. Het doel is inzicht en reductie van emissies uit dagelijks reizen.
Voor werknemers verandert er fiscaal niets direct door deze plicht. Wel kan de werkgever beleid aanscherpen, zoals stimuleren van OV, fiets, thuiswerken of elektrische auto’s. Sommige bedrijven voeren een mobiliteitsbudget in, waarin de keuzevrijheid groter wordt. Dat kan invloed hebben op het type voertuig dat beschikbaar is voor zakelijke ritten.
Autobedrijven en leasemaatschappijen krijgen vaker vragen over verbruiksdata en uitstoot. Heldere ritregistratie en brandstof- of laadkostenrapportages worden belangrijker. Dit helpt werkgevers bij het samenstellen van hun WPM‑overzicht. Privacy blijft geborgd, omdat de rapportage over geaggregeerde gegevens gaat en niet over individuele ritten.
Op termijn kan de overheid de verzamelde data gebruiken voor verfijning van beleid. Denk aan gerichtere stimulering van emissievrije mobiliteit. Voor nu ligt de nadruk op meten en inzicht. Werkgevers die nog niet begonnen zijn, doen er goed aan processen in te richten.
Zero-emissiezones stadslogistiek vanaf 2025
Vanaf 1 januari 2025 voeren veel Nederlandse gemeenten zero‑emissiezones in voor stadslogistiek. In deze zones mogen straks alleen emissievrije bestel- en vrachtauto’s nieuw binnenrijden, met overgangsregelingen voor bestaande voertuigen. Een zero‑emissiezone is een afgebakend gebied waar voertuigen zonder uitlaatgassen verplicht zijn. Personenauto’s vallen hier niet onder.
Voor ondernemers met leveringen in binnensteden raakt dit direct de voertuigkeuze. Gemeenten publiceren kaarten van de zones en de ingroeiregels per voertuigcategorie. Er zijn uitzonderingen en ontheffingen, bijvoorbeeld voor specifieke voertuigen of tijdelijke situaties. Toch is de trend duidelijk: elektrisch rijden wordt de norm voor stadsleveringen.
De maatregel sluit aan op fiscale prikkels zoals de BPM‑wijziging voor bestelauto’s. Samen versnellen deze regels de overstap naar emissievrije stadslogistiek. Laadinfrastructuur op logistieke knooppunten en hubs wordt daardoor belangrijker. Ook nachtelijk laden en slim plannen komen nadrukkelijker in beeld.
Voor consumenten verandert er weinig aan toegang met personenauto’s. Wel kan de bevoorrading van winkels en pakketdiensten stiller en schoner worden. Dat kan de leefbaarheid in drukke straten verbeteren. Ondernemers doen er goed aan hun routes en tijdvakken tijdig te toetsen aan de nieuwe regels.
EU-verbod 2035 stuurt autokeuze
De Europese Unie verbiedt de verkoop van nieuwe personenauto’s met uitlaatgassen vanaf 2035, met een beperkte uitzondering voor e‑fuels. Dit zet autofabrikanten ertoe aan hun modelaanbod in Europa volledig te elektrificeren. Voor Nederlandse kopers betekent dit meer keuze in elektrische modellen de komende jaren. Ook laadinfrastructuur groeit door Europese regels voor snelladen langs hoofdwegen.
Plug‑in hybrides blijven tot 2035 beschikbaar, maar verliezen daarna hun rol als tussenstap. Merken investeren daarom vooral in batterij‑elektrische voertuigen. Dat zie je terug in lagere verbruiken, snellere laadtijden en dalende gebruikskosten. Laadtijd is de periode die een batterij nodig heeft om op te laden, vaak aangegeven bij AC- en DC‑laden.
De RDW blijft verantwoordelijk voor toelating en registratie van voertuigen in Nederland. Daardoor blijven veiligheid en typegoedkeuring geborgd, ook bij nieuwe aandrijftechniek. Voor dealers en importeurs verschuift de focus naar EV‑service en software‑updates. Dit verandert ook het onderhoudsprofiel van wagenparken.
Voor automobilisten draait het de komende jaren om praktische afwegingen: laadgemak, actieradius, fiscale regels en restwaarde. Actieradius en laaddichtheid verbeteren gestaag door marktgroei en beleid. Tegelijk veranderen nationale prikkels, zoals bijtelling en subsidies, periodiek. Wie een keuze maakt, kijkt daarom vooral naar het totale gebruik over meerdere jaren.









