Home / Nieuws / Kabinet onderzoekt tijdelijke verlaging wegenbelasting voor personenauto’s

Kabinet onderzoekt tijdelijke verlaging wegenbelasting voor personenauto’s

Het kabinet onderzoekt een tijdelijke verlaging van de wegenbelasting, officieel de motorrijtuigenbelasting (MRB), om de autokosten te verlichten. Het voorstel wordt in Den Haag financieel doorgerekend en afgestemd met provincies. Doel is de last voor automobilisten in Nederland te temperen, mogelijk al dit jaar. Een definitief besluit volgt na overleg met de Tweede Kamer en het Ministerie van Financiën.

Wegenbelasting mogelijk tijdelijk omlaag

In het concept staat een tijdgebonden korting op de MRB centraal. Daarbij wordt gekeken of een generieke procentuele verlaging of een vast bedrag per voertuig het meest doelmatig is. Ook wordt bezien wat uitvoerbaar is voor de Belastingdienst, die de heffing per kwartaal int.

Budgettair weegt het kabinet af hoeveel ruimte er is om de maatregel te financieren. De kosten hangen af van de duur van de korting en van het deel van de MRB dat wordt aangepakt (het rijksdeel, de provinciale opcenten of beide). Op het moment van schrijven zijn nog geen bedragen, percentages of ingangsdata vastgesteld.

Brancheorganisaties BOVAG en RAI Vereniging vragen al langer aandacht voor stijgende autokosten. Een tijdelijke verlaging van de wegenbelasting past in dat debat over betaalbare mobiliteit. De maatregel zou ook de koopkracht ondersteunen zonder het wagenparkbeleid structureel te wijzigen.

De motorrijtuigenbelasting (MRB) is de periodieke belasting die je betaalt voor het bezit van een voertuig; het tarief hangt af van gewicht, brandstofsoort en de provinciale opcenten.

MRB-verlaging scheelt meeste bij zware auto’s

Omdat de MRB meeloopt met het gewicht van de personenauto of bestelwagen, levert een procentuele korting bij zware modellen meer euro’s voordeel op dan bij kleine stadsauto’s. Diesels kennen bovendien een opslag, waardoor daar een verlaging extra kan doorwerken. Bestelauto’s in het zakelijke segment kunnen bij brede toepassing ook merkbaar profiteren.

Voor huishoudens met een kleine benzineauto blijft het voordeel beperkter, maar direct merkbaar per kwartaalfactuur. Dat maakt de maatregel eenvoudig uit te leggen en snel zichtbaar in de portemonnee. De effectiviteit hangt wel af van hoe lang de verlaging geldt.

Het kabinet kijkt daarom naar gerichte varianten, zoals een afbakening in de tijd of een cap op het maximale voordeel per voertuig. Zulke keuzes moeten voorkomen dat de regeling duur uitpakt zonder breed bereik. Tegelijk wil men uitvoerbaar blijven en geen nieuwe uitzonderingsregels stapelen.

Elektrische auto: effect waarschijnlijk beperkt

Elektrische auto’s hebben een eigen MRB-regime dat de komende jaren stapsgewijs wordt aangepast. Daardoor is het effect van een tijdelijke generieke verlaging op EV’s kleiner of anders verdeeld dan bij benzine- en dieselmodellen. Op het moment van schrijven lopen kortingen of opbouwregelingen voor EV’s nog, afhankelijk van het jaar van invoering door de wetgever.

Bij plug-in hybrides telt vooral het extra gewicht van het accupakket mee in de MRB, omdat de heffing op gewicht is gebaseerd. Een generieke verlaging werkt dan ook hier door, zij het minder uitgesproken dan bij zware diesels. Voor de duidelijkheid: bijtelling is een aparte fiscale regeling voor privégebruik van een zakelijke auto en staat los van de MRB.

Het kabinet wil voorkomen dat een tijdelijke ingreep het lange termijnbeleid voor schoner rijden doorkruist. De Europese CO2-normen en het Nederlandse fiscale pad voor elektrische wagens blijven ongewijzigd. Een kortdurende korting verandert dus niets aan emissie-eisen of verkoopdoelen.

Provinciale opcenten cruciaal bij MRB

De MRB bestaat uit een rijksdeel en provinciale opcenten, die de provincies zelf vaststellen. Als het Rijk alleen zijn deel verlaagt, verschilt het resultaat per provincie. Daarom is afstemming met het Interprovinciaal Overleg nodig om het effect landelijk gelijk te houden.

Voor provincies zijn de opcenten een belangrijke inkomstenbron voor onder meer infrastructuur. Een tijdelijke ingreep kan daarom leiden tot compensatieafspraken vanuit het Rijk. Zonder die afspraken bestaat het risico dat provincies hun tarieven tussentijds bijstellen.

Juridisch gebeurt aanpassing via de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. Een tijdelijke verlaging vraagt ofwel een aparte spoedwet of opname in een (aanvullend) Belastingplan. De uitvoerbaarheid bij de Belastingdienst is een vast onderdeel van die toets.

Besluitvorming en planning voor automobilist

Het Ministerie van Financiën werkt scenario’s uit en rekent de budgettaire effecten door. Daarna volgt besluitvorming in de ministerraad en een debat in de Tweede Kamer. Op het moment van schrijven is de planning nog open, maar een kwartaalmoment is praktisch voor invoering omdat de MRB per kwartaal wordt geheven.

Voor automobilisten is de belangrijkste vraag: wanneer wordt mijn aanslag lager? In de praktijk zie je een wijziging terug op de eerstvolgende kwartaalnota na de ingangsdatum. Wie via een leasemaatschappij rijdt, merkt het indirect in de maandtermijn zodra contracttarieven zijn aangepast.

Totdat het wetsvoorstel is aangenomen, blijven de huidige tarieven van kracht. Bestuurders hoeven niets te doen om van een eventuele korting te profiteren; de Belastingdienst verwerkt die automatisch. Blijft de verlaging tijdelijk, dan loopt de heffing daarna weer op naar het normale niveau.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *