Esteban Ocon zette zijn eerste meters met de Ferrari-krachtbron en hield vragen over. De Haas-coureur testte recent op de simulator om zich voor te bereiden op het nieuwe F1-seizoen. Hij merkte grote verschillen in energie-afgifte en remgevoel. Dat kan gevolgen hebben voor de afstelling van de Haas-bolide en de planning richting het FIA-motorreglement 2026 gevolgen teams.
Ocon zoekt vertrouwen
Ocon, op het moment van schrijven coureur van Haas F1 Team, stapte over van Alpine naar een Ferrari-aangedreven auto. Die wissel brengt andere software, energiemanagement en rijgevoel mee. Hij gaf aan dat de Ferrari-motor anders reageert op het gas en tijdens het uitaccelereren. Dat zorgt voor vragen over de juiste set-up en zijn rijstijl.
De Ferrari-krachtbron levert het hybride vermogen op een andere manier. Het deel met elektrische aandrijving (ERS) bepaalt hoe de auto energie inzet en terugwint. Dat voel je in bochten en op rechte stukken, vooral bij het verdelen van de energie over een rondje. Ocon wil eerst een stabiele basis voordat hij het limiet opzoekt.
Haas gebruikt de feedback om mappings te finetunen. Een mapping is de software-instelling die bepaalt hoe motor en hybride systeem reageren. Kleine wijzigingen kunnen het verschil maken tussen grip of wielspinnen bij uitkomen van bochten. De coureur wil voorspelbaar gedrag, zodat hij consistente rondetijden kan rijden.
Ferrari-krachtbron vraagt afstemming
De combinatie van verbrandingsmotor en MGU-K (de motor-generator die energie terugwint en extra vermogen levert) vraagt om nauwkeurige afstelling. Het remsysteem met brake-by-wire (elektronische rembalans achter) voelt anders aan dan bij zijn vorige team. Daardoor verandert ook de manier waarop Ocon het rempedaal doseert. Dat is essentieel voor stabiliteit en bandenmanagement.
De energiedistributie op lange rechte stukken moet passen bij circuits als Monza en Spa. Als de elektrische boost te vroeg op is, verlies je topsnelheid aan het einde van het rechte stuk. Is de afgifte te laat, dan mis je acceleratie uit de bocht. Haas en Ferrari zoeken daarom naar een curve die past bij de VF-bolide en Ocons voorkeur.
Ook thermisch management speelt mee. De koeling van accu en motor bepaalt hoe vaak en hoe lang vol vermogen beschikbaar is. Te hoge temperaturen beperken de inzet van de elektrische aandrijving. Dat raakt zowel kwalificatie runs als langdurige race-stints.
FIA-regels veranderen het spel
De feedback van Ocon komt op een moment dat teams vooruitwerken naar 2026. Dan veranderen de FIA-reglementen voor motoren ingrijpend. Fabrikanten, waaronder Ferrari, passen hun ontwikkelpad aan om aan die regels te voldoen. Klantenteams zoals Haas moeten de auto daarop voorbereiden.
In 2026 verdwijnt de MGU-H, stijgt het elektrisch vermogen van de MGU-K tot circa 350 kW, komt er 100% duurzame brandstof en verschuift de balans richting meer elektrische aandrijving. Bron: FIA-reglementen (publiek beschikbaar).
Meer elektrisch vermogen betekent dat energiemanagement nog belangrijker wordt. De bestuurder moet precies plannen waar hij energie inzet. Software en auto-aero worden afgestemd op die nieuwe vermogenscurve. Vroege ervaringen helpen om kinderziektes te voorkomen.
Voor Europese races is dat relevant door de variatie in circuits. Van stop-and-go in Monaco tot hoge snelheid in Monza: elk vraagt om een andere energiekalibratie. Teams bouwen nu al kennis op om straks sneller te schakelen. Dat verkleint de kans op verrassingen na de zomer van 2026.
Impact op Haas-seizoen
Ocons vragen leiden tot extra simulatoruren en correlatie met data op de baan. De wintertest in Bahrein laat zien of de aanpassingen werken onder echte omstandigheden. Haas zal runs plannen met verschillende energiemaps en rembalansen. Zo kan het team een veilige en snelle basis kiezen voor de eerste races.
Strategisch kan Haas de inzet van het ERS afstemmen op kwalificatie of race. In kwalificatie kan maximale afgifte per rondje tellen. In de race is het vaak beter om de batterij stabiel te houden voor inhaalacties. Dit soort keuzes kan het verschil maken voor punten in het constructeurskampioenschap.
Ook de samenwerking met Ferrari is cruciaal. Motorsoftware, batterijkoeling en energieterugwinning zijn sterk verweven. Als leverancier en klant op één lijn zitten, kan Haas sneller doorontwikkelen. Dat is nodig in een seizoen waarin het middenveld dicht bij elkaar ligt.
Europese context en kalender
De Europese races vormen traditioneel het hart van het seizoen. Circuits als Imola, Barcelona en Zandvoort vragen elk om een andere energiebalans. Teams moeten hun updates binnen de budgetcap efficiënt inzetten. Een goed basispakket voorkomt dat kostbare tijd verloren gaat aan noodreparaties.
De FIA ziet streng toe op betrouwbaarheid en veiligheid. Aanpassingen aan hybride systemen moeten binnen de homologatieregels passen. Dat vraagt om duidelijke documentatie en testen. Voor Haas betekent dit een strak ontwikkelproces zonder risico op regelovertredingen.
Voor fans in Nederland is de vraag interessant hoe de Haas met Ferrari-motor uit de verf komt op Zandvoort. Daar telt tractie uit langzame bochten en slim energiemanagement richting Tarzanbocht. Lukt het Haas om de afgifte voorspelbaar te maken, dan kan Ocon zijn kwaliteiten beter benutten. De eerste antwoorden volgen tijdens de Europese zomer.
Wat werkt en wat niet
Wat werkt: de snelle terugkoppeling tussen Ocon, Haas en Ferrari. Vroege signalen over energiemaps en remgevoel versnellen het leerproces. Dit verkleint de kloof tussen simulator en circuit. Zo kan het team met meer zekerheid aan de start verschijnen.
Wat nog ontbreekt: langdurige runs op de baan met verschillende bandentypen. Pas dan wordt duidelijk hoe stabiel de energietoewijzing is in verkeer. Ook de invloed van wind en baantemperatuur op koeling en batterijgedrag moet blijken. Die factoren zijn op Europese circuits vaak wisselend.
Wat verandert: de nadruk op software en energieregie groeit richting 2026. Bestuurders zullen vaker moeten schakelen tussen modi om het maximum te halen. Teams die die complexiteit versimpelen voor de coureur winnen tijd. Dat kan Haas net het verschil geven in het gevecht om punten.









