Een voormalig Ferrari-voorman vindt de dominantie van Max Verstappen en Red Bull Racing slecht voor de spanning in de Formule 1. De oud-bestuurder stelt dat races voorspelbaar worden en dat fans minder verrassing krijgen. Dit debat speelt terwijl het FIA-motorreglement 2026 gevolgen voor teams en motorleveranciers gaat hebben. De vraag is of nieuwe regels en formatkeuzes het patroon van één dominante coureur en één team kunnen doorbreken.
Verstappen zet de toon
Max Verstappen en Red Bull Racing Honda RBPT hebben sinds 2022 het tempo bepaald. De combinatie van een efficiënte krachtbron en een aerodynamisch sterke auto gaf de Nederlander vaak een voorsprong. Daardoor werd de strijd om de overwinning op veel circuits snel beslist. De spanning schoof vaak door naar de posities daarachter.
Het dominante beeld is zichtbaar in de cijfers. Red Bull pakte de constructeurstitels in 2022 en 2023, en Verstappen won in die periode het merendeel van de races. Ferrari, Mercedes en McLaren wisten af en toe te winnen, maar zelden een reeks te bouwen. De marge in racepace bleek meestal doorslaggevend.
In 2023 won Max Verstappen 19 van de 22 Grands Prix, een record in de Formule 1.
Concurrenten blijven updates brengen, maar het kostendak maakt grote inhaalslagen lastig. Kleine stapjes in vloer, voorvleugel en ophanging leveren zelden genoeg op tegen een compleet pakket. Dat voedt de discussie over voorspelbaarheid. Het zet druk op sportleiding en FIA om in te grijpen via regels.
Fans missen spanning
Voor veel kijkers is de race om P2 niet genoeg als de winnaar vroeg vaststaat. Ook in Europa, waar circuits als Zandvoort, Monza en Barcelona vol zitten, klinkt de roep om meer strijd. Een dominante coureur trekt wel publiek, maar vermindert het verrassingselement. Dat is precies de zorg die de Ferrari-insider benoemt.
F1 Management voerde sprintweekenden en variabele parc-fermé-regels in om het veld te mengen. Het effect bleef wisselend, omdat een sterk pakket ook in korte races vaak wint. Formatwijzigingen kunnen daarom niet alles oplossen. Balans in banden, aerodynamica en energiebeheer blijft belangrijker.
Pirelli stuurt via bandenslijtage de strategie, maar veilige marges beperken risico’s. Minder pitstops betekenen minder variatie in tactiek. Fans zien liever meerdere routes naar winst. Zonder echte performanceverschillen tussen bandencompounds blijft dat lastig.
Regels 2026 moeten helpen
In 2026 verandert het FIA-reglement voor auto en motor ingrijpend. De MGU-H verdwijnt, terwijl het hybride systeem meer elektrische power levert; simpel gezegd, de elektromotor helpt vaker en harder mee. Auto’s worden lichter en krijgen actieve aerodynamica om minder luchtweerstand te hebben op rechte stukken. DRS maakt plaats voor een elektrische inhaalmodus met extra energie.
De brandstof wordt 100% duurzaam, wat fabrikanten dwingt tot efficiëntere verbranding. Dat maakt de krachtbron gevoeliger voor energiemanagement, vooral aan het einde van rechte stukken. Als de balans tussen benzinemotor en batterij niet klopt, kan de topsnelheid instorten. Teams moeten software, koeling en recuperatie tot op de seconde afstemmen.
De gevolgen voor teams zijn groot. Red Bull Ford Powertrains debuteren als motorleverancier, Audi stapt in met Sauber, Honda keert terug als partner van Aston Martin, en Mercedes, Ferrari en Alpine blijven actief. Wie de nieuwe regels het snelst doorgrondt, kan de dominantie doorbreken. Wie mist, kijkt jaren tegen een achterstand aan.
Teams zoeken tegenwicht
Ferrari investeert in efficiëntere aerodynamica en tractie, Mercedes in stabiliteit bij hoge snelheden, en McLaren in vloerconcept en mechanische grip. Aston Martin richt zich op integratie met Honda voor 2026. Het doel is een breder werkgebied, zodat de auto op meer circuits snel is. Een allround pakket is nodig om Red Bull structureel uit te dagen.
Het budgetplafond begrenst uitgaven en verkleint de ruimte voor gokjes. Daardoor zijn keuzes in windtunneluren en CFD-simulaties cruciaal. De FIA controleert strikter, ook op componentkosten en toerekening aan de motor- of chassisafdeling. Overtredingen leveren sportieve en financiële straffen op.
Motorleveranciers moeten onder dezelfde hardwareregels leveren aan klantenteams. Software en koeling bieden nog onderscheid. Wie de energie-opslag slim inzet, creëert inhaal- of verdedigingsmomenten. Dat kan meer variatie in strategie geven dan in de afgelopen jaren.
Nederland kijkt dubbel naar show
Voor Nederlandse fans is de situatie dubbel. Verstappen zorgt voor volle tribunes in Zandvoort en hoge kijkcijfers, maar zijn overmacht kan de spanning verlagen. Organisatoren en F1 Management zetten daarom in op beleving rond de race. De sport moet aantrekkelijk blijven, ook als de uitslag vaak bekend lijkt.
Het Circuit Zandvoort werkt met vervoersplannen en extra OV-capaciteit om de toestroom te regelen. Dat past bij Europese aandacht voor duurzame mobiliteit rond grote events. Minder auto’s in de omgeving en meer treinen en bussen verlagen de druk op de infrastructuur. Zo blijft het evenement beheersbaar en toegankelijk.
Als de 2026-regels hun doel halen, kan de strijd om zeges opener worden. Dat zou de kijkervaring in Nederland en Europa verbeteren, zonder het vakmanschap van Red Bull en Verstappen te bagatelliseren. De komende seizoenen laten zien of techniek en regels de balans herstellen. Tot die tijd blijft de dominantie het debat bepalen.
Wat verandert er nu
De sportleiding kijkt al vooruit met testrestricties, bandenselecties en format-aanpassingen. Teams meten elk detail in data: van downforce tot batterijverbruik. Kleine ingrepen in de reglementen kunnen onverwacht grote effecten hebben. Daarom is afstemming tussen FIA, F1 Management en de teams essentieel.
Voor fans en omroepen telt vooral meer onvoorspelbaarheid. Meerdere winnende teams per seizoen maken elk raceweekend relevanter. Dat is goed voor de sport én voor de Europese kalender. Met 2026 in zicht ligt de bal bij de ontwerpafdelingen en de motorprogramma’s.
De kern blijft eenvoudig: betere balans tussen auto’s geeft betere gevechten. Als Red Bull te kloppen is, stijgt de waarde van elke overwinning. Dat is waar Ferrari, Mercedes, McLaren, Aston Martin en Alpine op mikken. En dat is waar de sport, op het moment van schrijven, het meest bij wint.









